is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments met aenmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XX. vf. i—18. 119

der geenen die my booten; (u)en aan die geenen, 6 die my lief hebben en myne geboden onderhouden ,

Cu) Deeze woorden zyn in 't Hoogd. uitgelaaten, zonder dat er reede van gegeeven wordt. Ik heb ze in myne vertaaling weder ingevoegd, wyl de famenhang ze noodwendig vordert. Dat hier, zegt de Heer Michaëlis,

geenzins van de eeuwige ftraffen der toekomende waereld wordt gefprooken , maar van tydlyke ftraffen , nog in deeze waareld uit te oeffenen, verftaat zig van zelve, te meer, daar in't algemeen, in de Mozaifche wetten, als die te gelyk burgerlyke wetten waren, nooit van de ftraffen der toekomende waareld gefprooken wordt. Zie voorr. voor Ex. p. 55&c. En dit zoo zynde, gefchiedde den kinderen,aanwien God de zonden der ouderen ftrafte, geen onregt, terwyl hunne vaders er egter door bedroefd werden; want de Voorzienigheid is buiten dien niet gewoon, in't uitdeden van tydlyk goed en kwaad, den reegel der verdienften te volgen Waren derh'alven zodanige kinderen Godvrugtig, dan moeft dit kortftondig kwaad hun toegefchikt, voor hen een heilzaam lyden zyn, 't welk hun, even als alle overige ons toegezondene wederwaardigheeden en beproevingen, ten beften zou ftrekken. Maar volgden zy de boosheid nunrer vaderen na , dan was het teevens eene wel verdiende ftraf óver hun eigen kwaad. Wyders denkt de Heer Micnaelis datwyljuifthet derde en vierde lid hier genoemd wordt, God hier de melaatsheid bedoelt, die hy den Israëlieten zoo dikwils als eene ftraf dreigt, en die men in Afie, Als de byzondere ftraf der Godheid, pleeg aan te zien; gelyk zy hier ook over de byzondere misdaad teegen God, de aigoderv wordt gedreigt. Deeze ziekte nu is wel erflyk, doch niet op de verdere afftammelingen, maar alleen tot m het vierde M. en wel zoo , dat de nakomelingen van den eerften mekSAtben, in dat lid , zelden de geheele krankheid, maar gemeenlyk alleen den Hinkenden adem, als een overblvfzel derzelve , hebben; terwyl het derde lid., o. aes melaatfchen kleinkinderen , noch met de waare ziekte behebt zvn. Dit is onzen fchry ver uit de nieuwfte waarneemingen der geneesheeren,over de melaatsheid,geblee-

ken' ' II 4 Wa£

-