Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j24o Het TWEEDE BOEK van MOZES.

'JLn behahen deezen zult gy nog andere kleederen, 5 (ft) voor Aaron en zyne zoonen , maaken ; die zy, hy de bediening van't Priefterampt, gebruiken zullen , en daar toe den voorraad van goud, donker* hlaauw, purper, cochemlje en zesdraadig lynwaad, in onfang neemen.

Foor eerft dan zullen zy den boven-mantel, (z) 6 van goud, donker-blaamv, purper, cochenilje en zesdraadig getwernd lynwaad,naar de kunft, bereiden. Aan 't boven einde zal dezelve twee ftuk- 7 ken hebben, die, over den ftchouder zullen gaan, cm de ftamenvoeging te maaken. En ook de battd (d), 8 ivaar mede hy zal omgord worden, zal, met hem,

van

den volgen. Het enge onderkleed was een linnenkleed, dat men, op 't bloote lyf, droeg, en zonder eenigen cieraad gemaakt was; want dat er dobbellteenen of oogjes in zouden gewerkt zyn geweeft, beruft alleen op 't gezag van zulke Joodfcbe fchryvers, die, twee duizend jaaren na Mozes, geleefd hebben. Zoo 't fchynt,en wy reeds te kennen gaven, ■was dit kleed eng en floot digt aan 't lyf; by ons zou'teen liembd heeten, of ten minften deszelfs plaats vervullen.

(y) De kleederen , in 't eerfte gedeelte van dit vaars vermeld, waren eigentlyk de kleederen van Aaron zeiven, als Uoogenpriefter; maar behalven dezelven hadden zyne zoonen, die Onderpriefters waren, mede hunne amptskleedexcn, dewelken vf. 40. en 41. befchreeven worden. En ook Aaron zelf had, behalven zyne pragtige, met goud en veelerlei verwen, gefchakeerde kleeding, nog andere witte amptskleederen van fyn lynwaad, die hy, op den grooten verzoendag aandeedt.

(s) Deeze hing omtrent tot op de knien, en beftond uit twee ftukken, een voorpand en een agterpand, door de over den fchouder heen gaande ftukken (in't volgende vf. vermeld,) aan elkander verbonden; want deeze mantel had geene zy-naaden, maar was op de zyden open, en had ook geene mouwen.

00 Band of gordel, zoo als men 't noemen wil, want

' ou-

Sluiten