is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments, met aanmerkingen, voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XIV. vs. 22—29.

«7

Gy zult het bokje tikt toebereiden, in de melk zy* ai lier moeder (y).

Cap. XIV. vs. 22—29.

•Eenige verordeningen, weegens die tienden, welken de Israëlieten gewoon waren, tot offer maaltyden, te gebruiken.

Alles wat gy, van uwen zaaiakker , inoogfl, 22 zult gy jaarlyks vertienen; (zv) en zoo wel deeze 23 tienden, van uw koorn, mof en olie, als ook 't eerftgeboorene van uw rund- fchaap- en geitenvee, voor Jehova, uwen God, aan de plaats, diehy, tot zyne wooning , verkiezen zal, op eeten, op dat gy leer en moogt , Jehova, uzven God, /leeds te vreezen (x).

Doch

(v) Zie Ex. 23. vs. 19. (uti).

(w) Hier word gefprooken, van dezelfde tienden en eerltgeboorten, als Cap. 12. vs. 6. (s) (t).

(xj Hier moet men, gelyk uit den aart der zaakeen den famenhang, blykt, niet denken aan eene flaafagtige en beangltigde vrees, want zeekerlyk waren vrolyke maaltyden niet gefchikt, om zulk eene vreeze in te boezemen; maar wel aan die kinderlyke vrees,die,by ons, bedoeld wordt, door 't woord Godsvrugt, in deszelfs waaren zin, opgevat, en mede brengt eene hartlyke verkleefdheid aan God, aan zynen dienlt, en aan de getrouwe waarneeming van alle de plichten , welken onze geheiligde Godsdienlt ons voorfchryft. By deeze maaltyden nu moeit men gedenken aan den God, die de geever der goederen was, welken men vertiend had; men moeit erkennen, dat al het goede, 't welk de menfch geniet, van hem, komt; doordrongen, met zyne vaderlyke zorg en liefde, moeit men hem, weegens dezelven loven, en met liederen danken ^maar vooral moeit