Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XXXII. vs. 1—4?. 239

En al zyn handel enkel regt.

Getrouw is God, zonder afwyking >

Regtvaardig en billyk is hy;

Zy zondigden, tegen hem, (k) g*

Zy, niet meer zyne egte zoonen, (7) maar hun

eige fchandvlek, Een valfch en verraderlyk geflacht! Betoont gy dus aan Jehova'uwen dank, f» 5 Gy dwaas en onverftandig volk ? Is hy niet uw Vader, die u het aanzyn gaf? Heeft hy u niet gemaakt en u doen worden? f»

Ge-

(£) Naar de Joodfche vocaalftippen , zou men moeten vertaaien, heeft hy, (tew. God) teegen hem, (tew. Israël) gezondigd? (het verbond verbrooken.) Neen! zyne zoonen zyn hun eige fchandvlek. D. i. zy, die hy, tot zyne kinderen , had aangenoomen, hebben zig zelfs te fchande en dus deezer waardigheid en Gods zeegeningen onwaardig gemaakt; zy hebben 't verbond verbrooken en God, daar door, genoodzaakt,zyne gedaane bedreigingen te vervullen.

(/) De Israëlieten worden anders Gods zoonen genaamd, (zie bov. Cap. 14. vs. 1. Ex. 4. vs. 22 ,23. en op verfcheide plaatfen,in dit lied.) maarnu't verbond hunner aanneeming, tot Godsvolk, tot zyne kinderen, verbrooken hebbende, bragten zy , even daar door, te weeg, dat deeze betrekking ophieldt.

(m) Mozes verplaatll zig, in 't midden der toekomende tyden, wanneer de Israëlieten, van God, zouden zyn afgevallen, Helt zig hunne afgodery en andere zonden voor oogen , en fpreekt deeze, nog verre af zynde , ondankbaare nakomelingfchap, die hy egter voorzeeker wilt, dat eens komen zou, even zoo aan, als of zy reeds, voor hem ftondt.

(«) God is zeeker de algemeene Vader der menfchen, en gaf ons allen 't aanzyn, maaf dit is niet het geen hier bedoeld wordt. God had Israël, tot een volk, gemaakt, en was dus, ook in deeze betrekking, in eenen byzonderen

Sluiten