is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments; met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XII. 87

zondigd. Nathan antwoordde: zoo vergeeft ook Jehova u uwe zonde; gij zult niet fterven. Doch, dewijl gij door uwe'14 daad den vijanden van Jehova aanleiding tot fmaadcn gegeven hebt, zoo zal het kind, dat uit dezen bijflaap geboren is, flerven. Hier mede ging Nathan heen, en 15 Jehova floeg het kind, dat David bij Uria 's vrouw verwekt had, met eene doodlijke ziekte. David wilde van God het leven 16 des kinds affmeeken , hij vastte, ging in het binnenfte van zijn huis , en lag dien nacht op den grond. Zijne Hofbedienden 17 omringden hem , en baden hem , op te Haan, maar hij wilde niet, ook at hij niet met hun. Den zevenden dag ftierf het ig kind: Davids bedienden fchroomden, hem dit te zeggen, want zij dachten, toen het kind nog leefde , had hij hunne aanfpraak: niet willen hooren, als zij nu zeiden, dat het dood was, dan zou hij een ongeluk beginnen. Als David zag, dat zij heimlijk 19 met eikanderen fpraken, en daar doos merkte , dat het kind dood moest zijn , vraagde hij hen, of het reeds geftorven was ? zij zeiden, ja! Nu Hond David van 20 den grond op , waschte en zalfde zich , verwisfelde van kleederen, ging in het heilig-

voorgevallen is, toen hij zijne zonde nog geheim wilde houden; befchrijven de XXXJLen LIfte Pfalm 9 die, met de aanmerkingen, bij deze gefchiedenis moeten nagelezen worden.