is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments; met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C a p. XIV. 10?

zwaar werd, én dit haair woog, naar Koninghjk gewigt, twee honderd fikels. Ab- 27 lalom hadt drie Zoonen, en eene Dochter, lhamar, eene uitmuntend fchoone juffer. ■ Twee volle jaaren was Abfalom te Jer'u- 28 ialem, zonder den Koning te zien. Ein- 29 delijk ontbood hij Joab, om hem aan den Koning te zenden ; maar Joab wilde niet komen: Abfalom zond ten tweeden maal: en Joab bleef bij zijn weigerend antwoord. Hier op gebood Abfalom zijne knechten, 30 eenen akker, daar gerst op ftond, en dien

Jo-

nu Abfaloms haair onmooglijk gewogen hebben. Doch men hennnere zich ilechrs uit de aantekening op i Sam. AVII. 5. dat de Sikel der Jooden , ten tijde van Chris- ' • tus, eigenlijk een nieuw aangenomen Grieksch gewigt en met de oude Molaifche was, dat deze zeer veel* klemer, en de KoningJijke nog kleiner kan geweest Zijn. Het hoogde gewigt van eens 's menfchen haair in een jaar, daar ik geloofwaardig van gehoord heb is tien lood; ik wil Hellen, dat Abfaloms haair no<* wat zwaarer geweest is , en dat ook wel de in het oosten gewoone zalving het gewigt nog wat vermeerderd hebbe; maar alles mede gerekend , moet de Koninglijke Sikel, ten tijde van David, omtrent het tiende, of. op zijn meest, het aebtfte of zevende deel o-eweest ziin van dien, welken de Jooden, toen zij, onderden Makkabccfchen Vorst S.mon, de eerfteSikels muntten, die ooit in de wereld geweest zijn, van de Grieken hebben aangenomen Ik heb dit voor 24 jaaren in eene verhandeling deftch annquo Hebraorum betoogd, die in het tweede deel der Commentariën van de Sockteitder wectenfchappcn alhier ftaat: doch dewijl men ze niet afzonderlijk bekomen kan, en ik zeden nog vee! meer daar toe gevonden heb, zalikze, benevens andere foort-

ÏÏÏWrt* gGueeI omgearbeid uitgeven , waar toe ik dan tien Lezer, bij voorraad, vereende