is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i66 Het T. BOEK der KONINGEN.

Cap. XVIII.

Op Elia's gebed geeft God weder regen: de Baals-priesters, die geen regen te wege ionden hengen, worden, op de uitfpraak van Elia, door het volk geflacht.

XVIII.

Na langen tijd, in het derde jaar, ge. i boodt God Elia; ga heen, en laat u weder voor Achab zien, ik zal regen op aarde doen

val-

vs. i. In het derde jaar. Te weten, van den tijd af, dat hij te Sarepta geweest was: wanneer men nu daar het jaar nog bij rekent, dat hij aan de beek Cherith heeft doorgebracht (Cap. XVI. i.) zoo ge. beurde dit in het vierde jaar van de droogte. Dienvolgends wordt in't Nieuwe Testament Luk. IV. 25. Jak. V. 17. gezegd, dat het in drie jaaren en zes maanden niet geregend heeft, hetwelk ook degcwooaie rekening der Jooden is.

De gefchiedenis van deze droogte, en van den hemel afgebeden regen, ten tijde van Ithobal, heeft ook de boven aangehaalde Menander, alleen met dit onderfcheid, dat hij het verkrijgen van dezen regen aan den Koning Ithobal. toefchrijft, en ook de droogte Hechts één jaar laat duuren. Deze plaats heeft }os efus in zijne Oudh. VIII. 13.2. ons bewaard: onder hem was er gebrek aan regen van O&ober van >t ééne, tot O&ober van V volgende jaar, maar op zijn gebed kwamen veelvuldige blikjèmen. Wie van beiden het geloofwaardigst verhaalt, die oude Schrijver, of Menander, die veele eeuwen jonger is, heeft geheel geen onderzoek van doen; hoewel ik er niet aan twijfel, dat ook reeds toen Ithobal en de Tijriers den re<;en aan hunnen Baal (Herkules) zullen roegefchreven hebben. Doch, of van dezen, dan wei van den eenigen onzichtoaren God, regen en onweder kan afgebeden worden, en van zijne Voorzienigheid

af»