is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments; met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XIV.

89

en het Joodfche Hamath weder onder Israël gebracht heeft, vindt men in de jaarboeder eenige uitzondering, in gedrukte uitgaven, en vergeleken handfebriften voor mij vinde. Tevens is het mij echter zeer onwaarfchijnlijk, dat Jerobeam Damaskus zelf weder veroverd, en dus het Damascecnfche Rijk veriloord zcu hebben, als ook dat dit zoo, enkel in het voorbijgaan , gezegd zou worden : terHond na zijn tijd vinden wij dit Damasceenfehe Rijk niet alleen beftaande, maar ook magtig, {\cap. XV. 37.) en evenwel nergens iet, dat het zich weder aan de gehoorzaamheid der Israëliten onttrokken heeft. De zaak wordt nog onwaarfchijnlijker, door de Profeeten, Hofea en Amos, die onder Jerobeam geleefd hébten ,- doch in wier fchriften men niet de geringftefpoor van de verltooring en herftelling van dit magtig Rijk vindt. Ik geloof derhalven , dat hier iet hapert, misfehien denaam derLandfchappen, die hij weder aan het Damasceenfehe Rijk ontnomen heeft; wat er weggevallen is, kan ik nietgisfen, doch ik wil flechts, omverliaan te worden, een mooglijk voorbeeld ftellen, Gilead van Damaskus, d. i. dat deel van Gilead, dat voorheen tot Damaskus behoord hadt. Indien men ondertusfehen bij de lezing, zoo als zij thans in den Bijbel flaat, vollïrekt blijven, en gelooven wil, dat Jerobeam Damaskus zelf, en het geheeledaarvanafhanglijke Sijrie ondergebracht heeft, dan zou het zich misfehien in de twaalijaarige tusfehen-regeering, na zijnen dood , van welks Gefehiedenis onze Schrijver niets heeft, weder in vrijheid moeten gefield hebben.

Het Joodfche Hamath?] d i. dat deel van Hamath, dat de Jooden weleer onder David veroverd hadden; waarfchijnüjk, de woestijn van Palmijra. Om dit te beter te verftaan, moet men zich uit iSam. VIII. en XII. erinneren , dat de Koning van Hamath met den zeer vermogenden Koning van Nefibis oorlog voerde, dat David ook met den Koning van Nefibis in oorlog raakte, en hem alles ontnam , wat hij, aan deze zijde *an cicn Eul'raat, ja^zelfs tot aan de Middenlandfche F 5 zee-