Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Het L BOEK der CHRÖNIEKEN1.

Ruben, dien Tiglath-Pünezer de Koning van Asfijrië in ballingfchap gevoerd heeft! ^ijne broeders, met hunne huisgezinnen, 7 zijnin de geflachtregistersjehiël, het hoofd, en Zachana, en Bela, de zoon van Afas, g den zoon van Sema, den zoon van Joel; zijne nakomelingen woonden teAroër, en Baal.Mcön, ook nog verder heen ten oos- o

™VE "T0!?^5 van den Eufraat af, want hunne kudden vermeerderden zich zeer in het land Gileads. Ten tijde va". Saul ge" IO ™ktHe"z'| m oorlog, met de inwooners ° van Hedfchr, deze werden gefiagen, en zii woonden, waar deze volken voorheenerl hunne horden gehad hadden, op de geheele oostzijde van Gilead. ö

VS. II—17.

De gejlachten, die van Gad afftammen.

selvlrfr^- Tr 1W0J0"den de nakomelin. ti

fha. TrSi 10 ]fd Bafan' tot aan Sal- " cna. Joel was het hoofd, Safan de twee.

de,

vs 9. io.] Meer van dezen krijg, die in de <™ verae&a was. Of dit zijn oogmerk was, dan

Sluiten