Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*&4ö Het II. BOEK der CHRONIEKEN

nen troon, en in Koninglijke-kleeding, op den dorschvloer voor de poort van Samarie', lè> 'en alle Profeeten voorzegden voor hem-, -ook hadt Zedekia, de zoon van-Chanaaea;, zich twee rjzren hoornen gemaakt, en zeide: zoo /preekt Jehova, met zulke hoornen 2£ zult gij de Sijriërs fiooten, tot gij hen verdorven hebt. Alle de Profeeten voorzegden op dezelfde wijze, en 'fpraken: doe den ■togt tegen Ramoth in Gilead'gelukkig, Jeho- 2fc va zal het in de hand des Konings geven. De afgezondene, die Micha roepen zou, fprak hem toe: alle profeeten voorzeggen den Koning eenparig het goede, ftem toch met hun overéén, en Jpreek ook het goede. Micha gaf ten ant- 2& woord: .Zoo waar Jehova leeft, het geen Jehova tot mij [preekt, en niets anders, zal ik fprekeii. ,

Toen bij voor den Koning kwam, zeide de Koning tot hem: Micha, zullen wij tegen Ramoth in Gilead trekken, of zal ik het nalaten?- Hij antwoordde: doe den veldtogt gelukkig, zij zullen in uwe hand gegeevenworden. De Koning antwoordde: Maar hoe dikwijls moet ik u bezweer en, dat gij nietjdan waar* heid, in Jehova's naam, tot-mij [preekt? Mi* cha: Ik zie gantsch Israël op de.bergen verftrooid, als fchaapen, die geenen herder hebben, en Jehova fpreekt: Dezen hebben geenen herder, elk mag gerust naa huis gaan. Toen fprak de Koning van Israël tot Jofafat Heb ik het u niet gezegd, dat hij mij nooit iet goeds, maar altijd het' kwade voorzegt? Daar op

fprafc

Sluiten