Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDEN.

xxi^

zesde jaar der regeering van Hiskia. Dit werk ik niet verder uit, want gedeeltlijk is reeds het noodzaaklijkfte in mijne aanmerkingen over het VII. en in die over het volgende XXX. Hoofdftuk gezegd ; waar de Gefchiedenis wijders eenige inlichting nodig heeft, en ik in Haat ben dezelve te geven, zal men die in mijne aanmerkingen over het 14, 15, 16 en 17de Hoofdftuk van het tweede boek der Ko« ningen vinden. Alleenlijk merke ik dit aan, dat de Asfyriërs ook in dezen tijd ten NoordOosten veroveringen moeten gemaakt hebben , en hunne grenzen zich tot aan de Caspifche zee, ja zelfs tot aan de van 't Westen aldaar invallende rivier Kur , hebben moeten uitftrekken; wantin de fteden der Meden, en aan den vloed Kur wierden de overwonnen Damaskeeners (2 Kon. XVI: 9.) in ballingfchap gevoerd. De van 't Noorden komende rivier Kur vermengt zich met den Araxes, en loopt dan in de Cafpifche zee; deszelfs uitwatering zal men in de kaarten van d'Anville, onder den 39 gr. breedte{op den naam van BoachesduKur)vinden, en hem van daar Jigtlijk tot zijnen noordlijken loop en oorfprong volgen.

Nu zetten de Asfyriërs hunne overwinningen nog verder voort, en hebben het oogmerk, Afrika in te dringen. Men weet niec

Ofi>

Sluiten