is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments, met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XLIX.

187

doen. | Want waar hier het puin uwer ver. jrr» woeste huizen ligt, en uw land verwoest is, daar zal u de ruimte te naauw worden: uwe vijanden zullen zig verwijderen, | maar de 20 kinderen, die gij kinderlooze hebben zult, onophoudelijk voor uwe ooren zeggen: ik heb geen plaats, fchikt daar nader tezamen, opdat ik ook zitten kan. | Dan zult gij bij 21 u zeiven denken wie heeft mij dezen opgevoed? Ik was kinderloos, onvrugtbaar, in ballingfchap gevoerd, en veil geboden, wie heeft mij dezen groot gekweekt? Ik was eenzaam overig gebleeven, waar waren dezen dan? | Dus fpreekt de Heere, Jeho- 2* va: ik zal de heidenen wenken, en de volken een veldteken opregten, dat ze uwe

zoo-

VS. al. wie heeft mij dezen opgevoed? ] Ifc ga* van de pun en der Jooden af, volgens welke nee betekent: wie heeft mij dezen gebaard, of, als men Wil, getee/a? Het eerfte kan geene moeder vraagen , die wél bij haar verftand is; went ais het haare kinderen zijn dan moer zij ze zelve gebaard hebben. De tweede vraag: wie heeft mij dezen geteeldt zou ten uiterften onvoegelijk zijn, en flegts uit den mond van zodanige echtbreekfter of hoer kunnen komen, die zig allen niet wist te herinnen, met welken zij ontugt bedreeven had. Al de fchande van deze vraagen valt met recht niet op den By bel, maar alleen op de onbekende eerfte fchrijvers der punten welke den zeiven zomwijlen zo mismaakt hebbe.i' dat hij voor den Leezer in een zeer onaangenaam licht verfchijnen moest.

Het ganfche beeld is van eene moeder ontleend Welke gelooft, dat zij haare kinderen ve: "ooren heef'' en ze nu groot en opgewasfen weder vindt,