Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i?4 DE PROFEET JESAIA.

ham uwen vader, en Sara uwe moeder: ik riep hem, alleen ziinde, zegende en ver. meerderde hem. | Want Jehova troost Zi. 3 on, hij troost zijne verbrijzelingen, maakt zijne woestijn als Eden, en zijne wildernis als een hof van God; vreugde en blijdfchap zullen in Zion plaats hebben, dankliederen en lofgezangen klinken. |

Hoort na mij, gij volken, merkt op, gij 4 natiën: want 'er zal van mij eene leer uitgaan, en ik zal uitfpraaken geeven, die de volken verlichten. | Mijne waarheid is 5 nabij gekomen, mijne hulp en mijn arm zijn

daar,

Duitschland zo rijk in bergwerken is, en veele andere volken uit het zelve de bergwerkkunde haaien, zelfs onze berglieden aanwerven, nogthans zeer weiBig uit de bergkunde in de taal der dichters is overgenomen, mogelijk, dewijl onze goede dichters, die •befchaafd zijn geworden, niet op plaatzen leefden, daar bergwerken zijn, en de groote hoop der zeiven geheel niets van de bergwerken verlbat, maar flegts dichters op hunne kamers zijn, die tusfchen vier muuren liederen maaken, en eene natuur nabootzen, die zij niet anders, dan weder in gedichten gezien hebben.

vs. 4.] De heidenen worden aangefproken, welke zig bij die geenen voegen zullen, welke uit de Joo. den geloovig zijn geworden, de zelfden, wier bekeering in het 42 en 49Üe Capittel voorzegd was.

gij volken, — gij natiën] Ik gaa van de gewoone leezing af: mijn volk mijne natie.

vs. 5.] Niet om den zin, want die blijft dezelfde, maar enkel om de fpraakkunde, ben ik van de Joodfche punten afgegaan, volgens welke het betekenen zuu: mijne hulp is daar, mijne armen zullen de volken rechten,

de

Sluiten