is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. VIII. 107

ffcem van een eiland van Eulai, die riep, en zeide: Gabriël, verklaar dezen het gezigt.J Hij kwam nader tot mij, wanneer hij nader j7 trad , verfchrikte ik, en viel op de aarde. Hij zeide tot mij: menfchenkind , let op , want dit gezigt ziet op den tijd van het ein. de. | Terwijl hij fprak, viel ik magteloos 18 op mijn aangezigt ter aarde neder; maar hij raakte mij aan, regtte mij weder op, dat ik ftond;| en zeide: ik zal u bekend maaken, 19 't geen in laate tijdpn des toorns gefchieden zal, want dit gezigt ziet op den tijd van het einde. | De ram met twee hoornen, dien 20 gij gezien hebt, betekent de koningen der Meden en Perfen. | De geitenhok is een ko- 21 ning van Griekenland, de groote hoorn tusfchen zijne oogen is de eerfte koning;} doch 2% dat die brak, en 'er vier andere in deszelfs plaats uitwiesfen, betekent, dat 'er vier koningrijken uit het zelve volk ontftaan zullen, aan dat in magt niet gelijk, j Maar tegen het 2?

geef dit in mijn gemoed den voorrang; doch dan moest ook de naam des Engels niet Gabriël, maar insgelijks met andere klinkletters, Gibböriël, oïGib* bariè'l uitgefproken worden.

vs. 17. menfchenkind] Dat is zo veel als, mensch, alleenlijk dat dit laatfte woord in eene aanfpraak in onze taal eene zekere gemeene en fcbimpende dubbelzinnigheid heeft . waarom ik hpt vbrmr,** ü/n,^

fchenkind, Adamskind, is hier ligt eene tegênftelling tegen Engel.

vs. 19. van het einde] Van het einde der hier befchreeven Staaten, en van den met den zeiven naauw te zamen hangenden Joodfchen Staat.