Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240 Rederykkonst

Zevende Afdeeling.

Over de Welspreekendbeid in de Pleitzaal en op den Predikstoel.

Weinig zouden wy aan het oogmerk van onze Verhandelinge over de Rederykkonst voldoen, indien wy niet eenige bladzyden schikten voor de beschouwing der Welspreekendheid, die in de Pleitzaal en op den Predikstoel behoort plaats te vinden. , •■, " Indien wy de Redevoeringen, welke sederd eenige jaaren voor de voornaamste regtbanken van Europa, door kundige en beroemde Regtsgeleerden gedaan zyn, bezaten, dan zouden wy daarin zekere regels en volmaakte voorbeelden voor de regtsgeleerde Welspreekendheid kunnen vinden. Doch dewyl wy de meesten dier stukken missen moeten, zyn wy genoodzaakt onze toevlugt tot de bronnen zelve te neemen en te Atheenen en te Rome te gaan zoeken het geen wy onder ons niet kunnen vinden.

Demosthenes en Cicero hebben , volgens de erkentenis Van alle eeuwen en alle geleerden, meest uitgemunt in de welspreekendheid van de pleitzaale; en men mag hen derhalven als voorbeelden ter navolginge voorstellen. Allen, die zich op het wel pleiten willen toeleggen, behooren zich dan te bevlytigen om de werken van die groote mannen te leezen. Met zeer veel vrugts kan 'er ook Eschines, de mededinger van Demosthenes, worden bygevoegd.

Hoe de ouden over Demosthenes en Eschines geoordeeld hebben, kunnen wy uit het zeggen van Quintilianus, die op de volgende wyze wegens hen gesproken heeft, beoordeelen ,, Vervolgens verscheen 'er eene meenigte van „ Redenaaren, aan welker hoofd Demosthenes zich bevond,

het

Sluiten