is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene oefenschoole van konsten en weetenschappen. Derde afdeeling. Behelzende de weetenschappen die niet wiskonstig, en onder den naam van fraaije letteren bekend zyn.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rederykkonst 447

ren dan hoonende uitdrukkingen, die zy elkanderen over en weder te gemoet voerden, Andronikus werd gevolgd van Nevius en Ennius, die het Roomsche tooneel meer en meer beschaafden , gelyk ook geschiedde door Pakuvius, Cecilius, Attius. Eindelyk kwamen Plautus en Terentius te voorschyn, die het Latynsche Blyspel tot zulk eenen trap van volkomenheid bragten, als het immer bereikte.

Plautus, die het blyspel aan Rome schonk, onmiddelyk nadat de hekeldigten waren ingevoerd, die vry gemengd waren met lompheden en vuile loopjes, Plautus (zeg ik) was genoodzaakt om zich naar den heerschenden smaak te schikken. Hy moest behaagen, en het getal der keurige kenners was zoo gering dat hy, indien hy voor hun alleen geschreeven had, in het geheel niet voor het algemeen zoude hebben moeten arbeiden. Even als Aristophanes, met eenen vryen en vrolyken geest gebooren zynde, heeft hy overal zout en aartigheid weeten te verspreiden; in zyne stukken heerscht egter nog iets van de ruwheid van voorige dagen. Daar is iets in van valsch vernuft, van gemeene klugten , van laage woordspelingen. Voor het overige was het oor ten zynen tyde niet kiesch genoeg: hy heeft vaarzen van allerleie soorten en maaten. Horatius klaagt 'er over, wanneer hy zeer juist zegt, dat het een kenmerk van dwaasheid is de puntspreuken van Plautus , en den trant der vaarzen van dien Blyspeldigter hoog te roemen. Beide deeze gebreken beletten egter niet dat hy als de voornaamste der Latynsche Blyspeldigteren moet beschouwd worden. Alles is by hem vol werking, beweeging en vuur. Een leevendig, ryk, en natuurlyk vernuft verschaft hem alles wat hy noodig heeft; middelen naamelyk om de knoopen en ontknoopingen te weeg te brengen, trekken, gedagten, die het karakter van zyne vertooneren uitwyzen, leevendige, sterke of zagte uitdrukkingen, naar maate de gedagten of gevoelens zulks vorderen. Boven dit alles vindt men by hem die plooi van geest, die het boertige uitmaakt, die een zeker voorkomen van belachlykheid over de dingen verspreidt welke bekwaamheid aristpha

nes