is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene oefenschoole van konsten en weetenschappen. Derde afdeeling. Behelzende de weetenschappen die niet wiskonstig, en onder den naam van fraaije letteren bekend zyn.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

448 Rederykkonst.

nes ook in eene hooge maate bezeeten heeft. Zyne stukken zyn natuurlyker dan die van Aristophanes. Indien men den Amphitrion uitzondert , vindt men door hem altyd menschen, en menschlyke voorvallen, met hunne natuurlyke karakters vertoond, zonder dat 'er iets van die grillige verkiezing in heerscht, die den Grieksche digter eigen is. Men kan 'er over oordeelen uit het tooneel in de Aulularia, het welk wy den jongen liefhebberen zullen mededeelen, alleenlyk om hun een denkbeeld te geeven wegens den smaak van Plautus, het welk zy misschien nog niet zullen hebben.

Euclio en Staphila.

Kom buiten, zeg ik u: wilt gy wel buiten komen ? Ik zweer dat gy buiten de deur zult komen, kwaadaartige verspiedster met uwe alles doorsnuffelende oogen.

Staph. Wat doet gy my zoo te kloppen? Ik ben wel een ongelukkig mensch!

Eucl. Ik klop u om u nog ellendiger te maken, opdat gy, uw gantsche leeven door , zoo ongelukkig zyn moogt als gy verdient.

Staph. Waarom hebt gy my nu toch buiten de deur gestooten?

Eucl. Moet ik 'er u nog reden van geeven, sletvink?! Zult gy van myne deur afgaan ? Kyk, wat gaat zy zagtjes voort. Begrypt gy wel hoe het met u zal afloopen? Indien ik een stokofzweep moet neemen , zal ik u dien schildpadstred nog wel beter leeren.

Staph. Ik wenschte liever gehangen te zyn dan zulk eenen Heer langer, voor zulk een loon, te moeten dienen.

Eucl. Wat babbelt deze bedriegster nog by zich zelve Ik zal u die verraderlyke oogen waaragtig nog uit den kop haalen: gy zult voortaan myne daaden niet meer bespieden. Brui ten eersten heen: brui aanstonds heen: zeg ik: maar neen blyf: indien gy maar eenen voet verzet, u: maar verroert, maar eenen duim breed, maar een stroo

breed