Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rederykkonst. 519

van Titus Livius , schoon het in vaarzen mogt gebragt worden , niet altyd eene historie blyven'?

Indien het genoeg is dat een stuk, om een gedigt te zyn , zeker vuur, zekeren graad van levendigheid hebbe, dan mag men het hekeldigt ook als zodaanig aanmerken : maar het zelfde zal dan tevens waar zyn van alle stukken van welspreekendheid.

Indien men eindelyk begeert dat de grond der stukken digterlyk zy, dat is te zegden dat de stof door de verbeelding van den digter geschaapen, uitgevonden of verzierd zy, zoo niet geheel, ten minsten gedeeltelyk, dan Zyn de hekeldigten zekerlyk geene digtdukken , althans niet in dien zin, waarin de fabels, de herderszangen, het bly- en treurspel, of de heldendigten zoo genoemd worden.

Volgens Horatius moet men, om een digter te zyn , drie dingen bezitten; een vrugtbaar en gelukkig vernuft, naamelyk, het welk bekwaam is om digterlyke weezens te scheppen; vervolgens eene byna goddelyke ziel, eene kragt, door welke die weezens bezield worden en leeven ontvangen; en eindelyk een vermogen om zich op eene digterlyke wyze uit te drukken, op eene wyze, die altyd verheven, en daardoor van den gemeenen spreektrant in prosa onderscheiden moet zyn. Men maake de toepassing van deeze drie hoedanigheden op de zaak, van welke wy hier spreeken, en men zal vinden dat 'er gevallen zyn, waarin zy alle drie kunnen te pas komen, Zoodaanigen hebben, by voorbeeld, plaats in het derde en vierde hekeldigt van Juvenalis ; maar de meesten zyner andere stukken worden alleenlyk als digtstukken aangemerkt, omdat zy uit den mond van eenen digter zyn voortgekomen. In gevalle zy uit dien van eenen redenaar gekomen waren , zouden zy slegts als stukken in prosa zyn beschouwd geworden.

Wy gaven reeds te kennen dat de bedoeling van het hekeldigt is de 'misslagen der menschen regtsstreeks aan te tasten. Hierin bestaat eene der onderscheidingen tusschen Gg * 4 het

Sluiten