Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

522 Rederykkonst;

Schoon werken van deezen aart in zeker opzigt te mispryzen zyn kan men ze egter met veel vrugts leezen. Zy maaken een tegenwigt tegen die stukken, in welken al te groote zagtheid heerscht. Men vindt 'er uitmuntende stelregels ter bevordering van goede zeden in, en tevens treffende schilderyen, welke tot opwekking dienen. Men vindt 'er gestrenge raadgeevingen in, welke wy somtyds noodig hebben, en die wy dikwyls niet kunnen verwagten dan van luiden, die eenig misnoegen tegen ons voeden. Doch dezelve leezende , moeten wy wel op onze hoede zyn , en zorgen dat wy niet door den geest van den digter besmet worden, het geen ons in gevaar zoude brengen van eene deugd te verliezen, van welker behoudenisse ons geluk en dat van anderen, in de samenleevinge , afhangt.

De form van het hekeldigt is in zich zelve vry onverschillig. Nu volgt bet eens den trant van een heldendigt , dan dien van een tooneelstuk , meestal dien van een leerdigt. Somtyds voert het den titel van redevoering, somtyds dien van brief. Alle die onderscheidene formen doen in dit geval niets tot het weezen der zaake. Het stuk blyft altyd een hekeldigt, de vrugt van eenen gemelyken geest. Lucilius heeft zich wel eens van Jambische vaarzen bediend : maar Horatius heeft altyd gebruik gemaakt van zesvoetige en hiertoe heeft men zich vervolgens bepaald. By Juvenalis en Persius vindt men geene andere: en onze tydgenooten houden zich in digtstukken van deezen aart Alexandrynsche vaarzen.

Karakters der voornaamste hekeldigteren,

lucilius.

cajus lucilius werd te Auruntium, eene stad van Italië, gebooren, en was uit een aanzienlyk geslagt voortgesprooten: hy gebruikte zyne digterlyke bekwaamheden tot het maaken van hekeldigten. Dewyl hy een

zeer

Sluiten