Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cons. L.

zonderinge van deze beide zoorten van teftamenten , dog zwygende van de teftamenten ad pias caufas, daardoor verftaan moeten worden, dat deze laatfte aan de gemeene regul of forme van teftamentmakinge by die Ordonnantie gepraefcribcert zoude gebonden blyven, quia exclufio unius est tnclujio alterius Barbos: loc. comm. in verbo excludere axiom. 2. en zeker niet zonder redenen, om dat die deure eens open gedaan wordende , mettcr tyd veel cbartabellen van teftamenten zouden te voorfchyn komen, waar in men legaten zoude vinden , daar de overledene dikwils niet eens op gedagt zouden hebben , ofte immers die van haar met geen goed hert gewilt zyn geweeft , zonderlinge als men aan-6o; merkt de verre uitgeftrektheit van gevallen , die na het gevoelen van zommige Regtsgeleerden, onder anderen Stryk. de Cautel. teftam. cap. 12. §. 14. voor cauQe pia worden gehouden.

Zonder dat hier tegens kan komen in confideratie, dat in het^j, tegenwoordige geval, daar het teftament in quaeftie is gepafleert voor twe Heren Schepenen en een Secretaris, aan de wille van de teftatrice niet zoude te twyffelen zyn , omdat om die redenen de afwykinge van de Ordonnantie zullende plaats hebben , de teftamenten ad pias caufas in het vervolg niets lolemneels meer zouden in hebben of behouden, voor zo veel ook van de waarheit, ofte de wille des overledene door het getuigenis van twe particuliere perzonen'kan confteren.

Het welke vermits de voorff: Ordonnantie niet gewilt heeft, fa nemaar ter contrarie, dat de beflotene teftamenten zouden moeten gemaakt worden na de forme by den 6. articul aldaar gepraefcribeert, met uitzonderinge dan nog van die van de ouderen onder hare kinderen, en de zulke dewelke in tyden van peft en andere befmettelyke ziekte worden opgerigt, endewvleook van geen gewoonte dezen aangaande ter contrarie is gebleken , zo heeft men, ter zyden (tellende wat eenige Hollantfche en andere Regtsgeleerden van de praclycq van hare Provintien mogen zeggen, die voorff: Ordonnantie alleen moeten nemen tot ee n rigtfnoer van de decifie, en het daar voor houden , dat het teftament in quaeftie, als laborerende aan een eflentieel gebrek in de forme by den 6. articul van dezelve Ordonnantie gepraefcribeert, in allen deelen is nietig en invalide , quia , gelyk als Chrifi. vol. i-6%Z Q,q q 3 deck.

Sluiten