is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche historie of Het vervolg van de Algemeene historie [...] XI{de} deel [...]. Behelzende de historie der Deensche, Fransche, Oostendesche en Zweedsche Oostindische Maatschappyen, benevens die van het Zuydelyk vaste land.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23s HISTORIE der FRANSCHE

XV. Boek ii.

hoofds

viii. Afd.

Een ftie we totvt van inge

hunne vrouwen, inzonderheid getergt en verbittert, het , fort Dauphine overvielen, en de bezetting om hals bragten ; toen zeg ik, deeze groote flag aan de Franfchen T> wierdt toegebragt, ontkwamen er fiechts zo veele mannen, als met hunne vrouwen, die inboorlingen des lands wa« ren, tweekanoes konden vullen, en deeze door den wind dp het eiland Bourbon gedreeven, waren het tweede geflagt van menfchen, die daar op gewoond hebben; want by mangel van gelegenheid, om zig van daar naar elders te begeeven, of naar huis te rug te keeren, zetteden zy zig hier ter neder , en beteelden hunnen nieuwen grond. Ook was dit geene groote hardigheid voor hen , als men in aanmerking neemt, uit welken ftaat zy ontkwamen, en welk een vrede en overvloed zy hier zouden hebben kunnen genieten , zo zy in hunnen tegenwoordigen ftaat gebleven waren (2) (fl). Het hieldt niet lang aan of zy kreegen een niewen toeer voer van ingezeetenen; want een zeeroover die in de In-

1 dien

't (z) Voyage autour du monde par L. G. de la Barbinais tom 3.

p. 121.

(a) Toen de Franfchen bezit van dit eiland namen , rechteden zy een pilaar op met de wapenen van de kroon, op dezelfde plaats daar de Portugeezen hunnen pilaar van bezetting hadden opgerecht; en fommige fchryvers zeggen, dat de Franfche wapenen alleenlyk gegraveerd wierden aan de tegenoverftaande zyde van denzelfden pilaar. De jaarrekening der Portugeezen is in 1545, en aan de Franfche zyde 1653. Schoon het taamiyk duideiyk blykt, datzy, die denzelven oprechteden daar niet voor 1654 kwamen (1). De Franfche fchryvers zeggen, dat zy eerst met list uit de bezitting van dit eiland getroond wierden, door eenen kapitein Gosling, die hen wys maakte, dat hunne landslieden op Madagaskar geheel verdelgd waren; 't geen hen overhaalde om met hein naar de Indien ie gaan, in hoop van veel voordeel te doen van de voortbrengfels die zy geteeld hadden, en die de kapitein hen vertelde, dat ■fterk getrokken zouden worden; maar toen zy te Madras aankwamen, : vonden zy alles onwaar te zyn , en zagen zig in een zeer armoedigen ftaat*!),.

(1) Hiftoire de la grande Islede Madagasc. par li Siiur Flacourt f. 431.

£2) Idem ibii, p. 43S.