Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII.

boek. II.

HOOFDST.

Regeering der Jlad.

De Ie yensmid delen ■worden van Cai aange* kragt.

$22 HISTORIE vi»

allerhande foorten van droogeryen, amber -grys, muskus, veelerleije edelgefteenten, en "meer andere kostbaarheden; welke vervolgens te land naar Cairo vervoerd worden, en van daar langs den Nyl naar Alexandrie, daar zy ingefcheept en naar Europa gevoerd worden.

De ftad word geregeerd door een' ftadvoogd, die den titel voert van Kapudan, of Admiraal; hy houd het opzicht over de zeezaaken , en heeft een' Kaymakan , of Stedehouder, onder hem, dis de burgerlyke zaaken waarneemt. D? bezetting beftaat uit driehonderd mannen, de eens helft janitzaren , en de andere helft Arabieren; de laatften ffen onder het bevel van hun eigen' Cheik, die den titel van Sadar heeft. De Kapudan en de Kaymakan handelen' in hunne wederzydfche bedieningen of ieder afzonderlyk, of gemeenfchaplyk, naar dat hun belang zu?ks medebrengt. De Kaymakan houd fteeds zyn verblyf in de ftad, doch de Kapudan niet langer dan de fchepen in de haven leggen. Doch eigentlyk heeft de Arabifche Cheyk wel het grootst gezag, wanneer hy goedvind zich in eenige zaaken te mengen ; om dat de ftad geen ander versch water heeft, dan hetgeen daar aangebragt word van eene plaats, die omtrent drie uuren zuidoostwaarts van dezelve is afgelegen aan de overzyde van de Roode Zee- en de Cheyk op het minst misnoegen den toevoer van hetzelve beletten kan. Dit water, dat van zo verre moet gehaald worden, is ziltig van fmaak en niet minder ongezond, en word echter tegen vyf ftuivers de emmer betaald.

Dit is het eenig gebrek niet, dat in Suëz gevonden ' word, want het geheel omgelegen land brengt byna geenerhande levensmiddelen voort; zodat de inwoonders ge.0 noegzaam alle hunne mondbehoeften, tot moeskruiden en wortelen toe van Cairo moeten ontbieden. Omtrent twintig uuren in den omtrek van deeze ftad, ziet men niets anders dan een' onvruchtbaaren zandgrond, zonder hui.

zen.

Sluiten