Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER DIEREN.

DERDE HOOFDSTUK. Over de Voeding en de Ontzwagteling.

meerdermg in yder deel afzonderlyk genoomln, uitvoor^-KnhTUZ vermeerdernig van omtrek, welke men ontzwagteling noemt om dat men ?e ^dezelfde wtl* gfVen* V?ggen' dat> het'Cln hS klll

£?vpen da? dSA T^ 1S' a'S in het groot' het niet «noeijeryk ii te te' fny$t :Jï oeszelfs deelen zig ontzwagtelen, naarmaate eene bvkoomende ftof elk zyner deelen evenredig wierdt aangevoerd.. oyKoomenoe itot

Maar die zelfde vermeerdering van ftof, die ontzwagteling, hoe kan d.7» hv aldien men daar een net denkbeeld van wi hebben, gefchiëden Z men het t'

Sen^n£?hfriehr' * *?* yder t™ deSZelfs deel™^ontzwï tóg dflf n ? befch0!wt> als 20 veele inwendige vormen, die geene toeTevoe^ fordtl F! ?"' dln m £e °rde' die uit de Pl^tfing van alleïe ze 3ee egn lpruit? En het geen bewyft, dat die ontzwagteling niet kan oeichieden

nl?vSPgemeenl? °Verreedt' door de enkelegbyvo§eg ng TopS^ondf ot SJh V™ d3t zy integendeel, door eenef inwendig^ ïefe d

^^^•^T^,bewcr,tth-- iS' datin betdeel> "weTkSgöïtz'wa^el te tfvSerei. * Duffe 1 efnodl ^TdfS' <?■ f" ^ V£m gedaan' dient op eenigerhande ^wT&tïn^tó doordringt, en het in alle zyne afmeetingen doordringt en ondërnS i<t2 terzelfder tyd even noodzaaklyk, dat deze doordringing van SlSdfeïeid 5? fchiedtin eene zekere orde, en met eene zekere 2 ï S!g i ?e' niet meer zelfftandigheid koome aan heTëene'ptmt ™tël&£SF'&* een ander punt , buiten 't welk zekere deelen van het geheel ^chMvker Z anderen ontwikkelen zouden, waardoor de gedaante S<5 S N,?

TitïïE P.dat r dS bykoomende Inderdaad dezen ^ voo^ft' en dat dezelve bepaalt, om gelykelyk, en evenredig aan te kom&nZSt punten van het inwendige, zo dit niet de inwendige vorm zy «

net üoomt my dan zeker voor, dat het lighaam van een'Dier nf Kant eene inwendige vorm is, die eene beftendige gedaante h^eeft maar waarvS de maffi en de omtrek evenredig vermeerderen kunnen, n dat de^ "f™

23

Sluiten