is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76 DE NATUURLYKE HISTORIE

konyn, dat het mannetje kortte voren ontvangen hadt, nam hy ook eene oneindige menigte dier jnannelyke zaaddiertjes waar; hy zegt dat het lighaam dezer diertjes rond is, dat zy lange ftaarten hebben, en dikwils van figuur veranderen; inzonderheid wanneer de vogtige ftof, daar zy in zwemmen, uitwaaflèmt en verdroogt.

Zy die de moeite namen om de waarneemingen van Leeuwenhoek te herhaalen, vonden dezelve vry overeenkomftig met de waarheid. Maar daar waren 'er, die zyne waarneemingen nog verder brengen en fraaijer maaken wilden; en üalenpatius, het mannelyk zaadvogt van den menfch onderzogt hebbende, beweerde daar niet flegts diertjes in gevonden te hebben, gelyk aan de teftards, of bobbelkoppen, die kikvorfchen moeten worden, welker lighaam hem ten naaften by zo groot,als een tarwekorrel voorkwam, en welker ftaart vier of vyf maal langer was dan het lighaam, die zig met eene groote vaardigheid bewogen, en met de ftaarten iloegen tegen het vogt, waar in zy zwommen; maar (ö wonder!) hy zag één dezer diertjes zig ontwikkelen, of liever zyn bekleedzel verhaten; het was niet meer een diertje, het was. een menfchelyk lighaam, waarin hy,zegt hy, de beide beenen, de beide armen de borft en het hoofd, daar de omQag voor kaproen aan diende, zeer wel onderfcheidde (0); maar uit dc figuuren zelve, welken deeze Schryver van dat gewaande vrugtje, het welk hy uit zyn bekleedzel zag uitkoomen,gegeeven heeft, is het duidelyk te zien dat de zaak valfch is. Hy heeft gemeend te zien het geen hy zegt, maar hy heeft zig vergift, want dat vrugtje, zodanig als hy het befchryft, zoude meer geformeerd zyn ge weeft toen het uitkwam uit zyn bekleedzel, en zyn ftaat van zaadwormpje verliet, dan het inderdaad is na verloop van een maand ef vyf weeken, in de lyfmoeder zelve van de vrouw; Dus is deze waarneeming van Dalenpatius, in plaats dat zy door andere waarneemingen beveiligd zoude zyn, van alle de Natuurbefchouwers verworpen, waarvan de nauwkeurigften en meeft geoeffenden in het waarneemen, in dit vogt van den man niet dan kleine ronde en langwerpige lighaampjes gezien hebben, dia lange ftaarten fcheenen te hebben, maar zonder andere uitwendige bewerktuiging, zonder ledemaaten, gelyk ook die kleine lighaampjes in het zaad van alle andere dieren zyn.

Men zou kunnen zeggen, dat Plato die zaaddiertjes, dewelke menfchen worden, vermoed hadt, want hy zegt op het einde van zynen Timeus (b) „ Men; ,, kan de fchaamelheid en de lyfmoeder in de Vrouwen even eens befchouwen als „ een dier, dat naar de voortteeling verlangt; wanneer zy in den bloei der jeugd, „ niet voldaan of te lang uitgefteld wordt, is zy onverduldig en toont dit door „ haare onregelmaatige beweegingen. In het lighaam woelende onderfchcpt zy „ de toegangen der lugt , belemmert de ademhaaling, veroorzaakt geweldige

benauwdheden, en brengt allerhande ziekten voort, ter tyd toe, dat de liefde

ia) Zie Nouvelles de la Republique des Lettres , Ann. 1699. pag. 552.

(6) Plato in Timceo pag. 1088. Zie hier de overzetting van Ficinus. Vulva quoque mattixque in faeminis eddem ratisne animal avidum generandi, quando procul a fostu per atatis fiorem, aut ultra diutius detinetur , egre fert moram ac plurimum indip*natur, pajjimque per corpus tterrans, meatus fpiritus intercludit, refpirare non finit, extremis vexat anguftiis, morbis denique omnibus premit, quoufque utrorumque cupido amorque, quaji ex arboribus foztum fru&umve producunt, ipfum deinde decerpunt, £? in malricem velut agrum infpargunt; hinc animalis, primum ttlia^ut nee propter parvitatem videantur , necdum adpareant formata, concipiunt; mox, qua cenflaverant, txplicant, ingentia, inttts emürhmt, demum educunt in lucem, animaliumque gtnerationemperficiunt,.