Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224 DE NATUURLYKE HISTORIE

DE NATUURLYKE HISTORIE VAN DEN MENSCH.

De Kindsheid.

Wïgg;¥SM o iets in ftaat is om ons een denkbeeld van onze zwakheid te geeven, is $Ü 2^ $ het de ftaat waarin wy ons onmiddelyk na onze geboorte bevinden. Het P) $ kind, dat geboren wordt, buiten ftaat om nog eenig gebruik van zyne zintuigen te maaken, heeft de hulp van het geheele geflagt noodig;het is een beeld van elende en vanfmerte^ het is in deze eerfte tyden zwakker dan eenig dier; zyn onzeker en wankelend leven fchynt yder oogenblik te zullen eindigen; het kan zig niet over einde houden noch zig beweegen; nauwelyks heeft het de noodige kragt om te beftaan, en om door zugten het lyden aan te kondigen, dat het ondervindt, even als of de Natuur het wilde te kennen geeven, dat fmert zyn deel zal zyn in de wereld, en dat het niet in de menfchelyke foort geplaatft is, dan om in de zwakheden en kwellingen der menfchelyke natuur te deelen.

Dat men zig verwaardige om de oogen te ftaan op een ftaat, waarmede wy allen begonnen hebben, laaten wy ons zei ven eens in de wieg bezigtigen, laaten wy ons zelfs de walging getrooften, welke het byzonder verflag van de zorgen, die deze ftaat vordert, mogt verwekken, en laat ons zoeken, langs welke trappen dit teder werktuig, dit pas geboren en nauwelyks leevend lighaam, beweeging, vaftheid, en laagten kryge.

Het kind, dat ter wereld koomt, gaat van de eene hoofdftof tot de andere over; uit het water, het welk hem in moeders boezem allerwegen omving, gekoomen zynde, vindt het zig aan de lugt blootgefteld, en het ondervindt in een oogenblik de indrukzels dezer werkzaame vloeiftof. De lugt werkt op de reukzenuwen en op de werktuigen der ademhaaling, en deze werking' brengt een fchok, eene foort van niezing,"voort, die de holte van de borft opheft, en aan de lugt de vryheid geeft van in de longen in te dringen. Zy verwydert haare blaasjes en doet dezelve zwellen, zy wordt daar warm, en zet zig tot een zekeren trap uit, waarna de veerkragt der ontfpande vezelen op die ligte vloeiftof te rug werkt, en dezelve uit de longen doet gaan. Wy zullen niet onderneemen hier de oorzaaken der beurtelingfche en geduurige beweeging der ademing te verklaaren, wy zullen ons bepaalen om van de uitwerkzelen te fpreeken. Deze verrigting behoort wezendlyk tot den menfch en tot verfcheiden fijorten van dieren; het is deze beweeging, die het leven onderhoudt; zo dezelve ophoudt, koomt het dier om; ook eindigt •de ademhaaling, eens begonnen zynde, niet dan met den dood, en van dien tyd af, dat de vrugt voor de eerfte reize ademt, vervolgt het kind zonder af breeking te ademen. Ondertuffchen kan men met eenigen grond vaftftellen, dat het eyronde. gat zig .niet eensklaps, op het oogenblik der geboorte, fluit, en dat, bygevolg

een

Sluiten