Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN MENSCH. ^

De fpreekhoorns of tregters dienen, voor hun die hardhoorig zyn, gelyk de bolronde glazen voor hun, welker oogen beginnen te vallen, wanneer zy den ouderdom naderen. Deze hebben het netvlies en het hoornagtig vlies harder en vafter, en miffchien zyn ook de vogten hunner oogen dikker en taaijer; de anderen hebben het vhesagtig gedeelte van den fpiraalen fteel vafter en harder - beiden hebben zv derhal ven werktuigen noodig, die de hoeveelheid der licht of klankdeeltjes, waardoor deze zintuigen moeten getroffen worden, vermeerderen, en het zyn de bolrondeglazen , en de fpreekhoornen, die deze uitwerkzelen voortbrengen. Elk kent delange fpreektrompetten, waar mede men de ftem tot vry groote afftanden brengt men zou dat werktuig ligtelyk kunnen verbeteren, en het zelve voor het oor maaken, het geen de verrekyker voor de oogen is; maar het is waar, dat men zig van dezen verrefpreeker, om het dien naam eens te geeven, niet zou kunnen bedienen dan in eenzaame plaatfen, alwaar de geheele natuur in ftilte zoude zyn, want de digt by zynde geluiden verwarren zig met de verre afzynde geluiden veel meer dan het licht der voorwerpen, die in het zelfde geval zyn;. de oorzaak daar van is, omdat de voortplanting des lichts altoos in eene regte lyn gefchiedt, en dat, wanneer daar een beletzei tuflchen beiden is, het zelve byna geheel ondérfchept wordt, terwyl het geluid in der waarheid ook wel voortgeplant wordt in eene regte lvn maar wanneer het eene beletoorzaak tuflchen beiden ontmoet, rondom dat beletzei omloopt, en met nalaat dus fchuinfch byna in eene even groote hoeveelheid tot het oor te koomen y als of het niet van rigting veranderd ware. . Het gehoor is noodzaaklyker voor den menfch dan voor de dieren; dat zintui* isin dezen met dan eenelydende eigenfchap, flegts bekwaam om hun de vreemd! indrukzelen over te brengen. Inden menfch is het niet een lydende eigenfchap maar een vermoogen, t welk werkzaam wordt door het werktuig der fpraake; het is inderdaad door dit zintuig, dat wy in maatfchappy leven, dat wy de p-edaaten van anderen ontvangen, en dat wy hun de onze kunnen mededeelen ; de Jedemaaten ot werktuigen der fpraake zouden nuttelooze werktuigen zyn, zo zy door dit zintuig met in beweeging gebragt wierden; een menlch, die doofgebooren is, is ook noodzaakelykftom, en hy kan geene kennis hebben van afgetrokken waarhedenik moet hier de bekorte hiftorie van een dooven van deze foort, die in den ouderdom vanvrer-en-twintig jaaren eensklaps begon te hooren, bybrengen, zo als men vindt V) Gedenkfchriften °nzer Akademie der Weetenfchappen verhaald

'a da, UI Feubien> Lid van de Akademie der fraaije Letteren,enz., deelde aan „ de Akademie der Weetenfchappen een zonderling geval mede, 't welk onlangs„ te Chartres gebeurd, en mogelyk nooit te voren gehoord, was. Een jongman ,, van drieen-twintig of vier-en-twintig jaaren, zoon van een ambagtsman, flom „ en doof geboren, begon eensklaps, tot verwondering van de geheele ftad te „ ipreeken Men wift van hem, dat hy, omtrent drie of vier maanden te voren y» het geluid der klokken hadt gehoord, en ten uiterften verwonderd was geweeft » over deze nieuwe en onbekende aandoening; vervolgens was hem eene foort van „ water uit het linker oor geloopen, en hy hadt met beide ooren Volmaakt wél

gehoord : hy hadt drie of vier maanden doorgebragt met te hooren. zonder iets te

(«) Zie de Mémoires de ï Académie, des Sciences, Ahn, 1703,

Sluiten