Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

DE NATUURLYKE HISTORIE

opvolging van lighaamelyke gewaarwordingen fchynen te hebben; alle andere' dieren, die van die werktuig beroofd zyn, kunnen geene genoegzaam onderfcheidene kennis hebben van de gedaante der dingen; gelyk zy niets kunnen vatten, en geen deel hebben, verdeeld en bumbaar genoeg om zig naar de oppervlakte der lighaamen te kunnen fchikken, zo hebben zy zekerlyk even weinig nauwkeurige denkbeelden, wege is de gedaante als wegens de grootte onzer lighaamen; het is te dezer oorzaak, dat wy hen dikwils onzeker of bevreefd zien op het gezigt van dingen, welken zy betl moeiten kennen, omdat zy hen gemeenzaamft zyn. Het voornaamfte werktuig van hun gevoel is in hunne fiiuit, omdat dit deel door den mond in tweën wordt verdeeld, en omdat de tong een ander deel is, 't welk hen terzelfder tyd dient om de,lighaamen aan te raaken, welken men hen hierom ziet keeren en wenden, voor dat zy dezelve met de tanden vatten; men kan ook giffen, dat die dieren, die, gelyk dèfepia of fpaanfche zeekatten, de polypen, en andere gekorvenen, een groot getal armen of pooten hebben, welken zy famenvoegen , vereenigen, en waarmede zy de vreemde lighaamen op verfchillende plaatfen kunnen vatten, dat deze dieren, zeg ik, voordeel hebben boven de andere, en de dingen, die hun lyken, beter kennen en weeten te kiezen dan de andere. De viffchen, welker lighaam met fchubben bedekt is, en die zig niet kunnen vouwen, moeten de domfte van alle dieren zyn, want zy kunnen geene kennis hebben van de gedaante der lighaamen , dewyl zy geen middel hebben om dezelve te omvatten, en daarenboven moet de indruk van het gevoel zeer zwak, en de aandoening zeerftornp zyn, naardien zy niet anders dan door de fchubben heen kunnen voelen. Dus zullen alle dieren, welker lighaam geene uiterlykheden heeït, welken men als gedeelde leeden kan befchouwen, gelyk als de armen, de beenen, de pooten , enz., veel minder gevoel van het aanraaken hebben dan de andere; de flangen zyn egter minder dom, dan de viffchen, omdat, fchoon zy geene uiterlyke of uitfteekende deelen hebben, en daarenboven met een hard en fchubagtig vel bekleed zyn, het vermogen hebben van hunne lighaamen in verfcheiden bogten te draaijen en te vouwen, en bygevolg dezelve op zekere wyze te omvatten, en veel beter aan te raaken, dan de viffchen kunnen doen, welker lighaamen zig niet buigen kunnen.

De twee groote hinderpaalen in de oeffening van het zintuig des gevoels, zyn .dan voor eerft de eenpaarigheid der gedaante van het lighaam des diers, of, 't geen op het zelfde uitkoomt, het gebrek van verfchillende, verdeelde, en buigzaame deelen; en ten anderen, de bekleeding van het vel, 't zy met wol, hair, vederen, fchubben, fchillen, fchelpen, enz., hoe harder en fteviger dat bekleedsel zal zyn, hoe minder het zintuig des gevoels zig zal kunnen oèffenen, hoe fyner en dunner daarentegen het vel zal wezen hoe leevendiger en keuriger de aandoening zyn zal. De vrouwen hebben, onder andere voordeelen boven de mans, dat van een fchooner vel en van een fyner gevoel.'

De vrugt heeft in s moeders lighaam een zeer dun vel; dezelve moet dan alle uitwendigeindrukzels leevendig voelen; maar gelyk zyin een vogt zwemt, en de vloeiftoffen de werking van alle die oorzaaken, welke fchokken kunnen geeven, breeken, zo kan zy maar zelden, en niet dan door zeer geweldige flagen, ftooten, of poogingen, gekwetft worden. De vrugt heeft dan zeer weinige oeffening zelfs van dat deel van het gevoel, 't welk van de fynheid van het vel afhangt,

Sluiten