is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2I8 DE NATUURLYKE HISTORIE,

paarden, de ezels, dehaazen, de konynen,de Indiaanfche varkentjes, enz, hebben maar ééne maag, maar zy hebben een blinden darm, die tegen eene tweede maag op kan , en zy leeven van groente en graanen; de wilde zwynen, de egels, de inkhorentjes, enz , welker maag en ingewanden minder vatbaarheid hebben, eeten maar weinig groente, en leeven van graanen vrugten en wortels; en zy, die, gelyk de wolven, devoffchen, detygers, enz, in vergelyking van den omtrek hunner lighaamen de maag en ingewanden kleiner hebben, dan alle andere, zyn,.tot hun beftaan, verpligt de fappigfte voedzels, en die den grootften voorraad van werktuigelyke klompjes bevatten, te verkiezen, en zig met vleefch en bloed zo wel als met graanen en vrugten te voeden.

Het is derhalven op die natuurkundige en noodzaakelyke overeenkomft, veel meer dan op de overeenkomft van fmaak, dat de verfcheidenheid gegrond is, welke wyin den eetluft der dieren zien; want, zo de noodzaaklykheid hennietmeermaaien bepaalde dan de fmaak, hoe zouden zy het rottig en bedorven vleefch met even veel graagte als het fappig en verfch kunnen eeten 9 waarom zouden zy eveneens van alle foorten van vleefch eeten? wy zien, dat de huishonden, die verkiezen kunnen, ftandvaftig weigeren van zekere foorten van vleefch te eeten, gelyk als van houtfiiippen , lyfters, varkens, enz; terwyl de wilde honden, de wolven, de voffchen, enz, eveneens varken-vleefch, en houtfnippen, en van alle foorten van vogelen en zelfs kikvorfchen eeten; want wy hebben 'er twee in de maag van een wolf gevonden: en wanneer het vleefch of de vifch hun ontbreekt, eeten zy vrugten, graanen, druiven, enz, en zy geeven altoos de voorkeur aan dat geen, 't welk onder een kleinen omtrek eene groote hoeveelheid voedende deelen bevat; dat is te zeggen, werktuigelyke klompjes voor het voedzel en onderhoud des lig' haams dienftis.

Byaldien deze bewyzen niet voldoende mogten voorkomen, dat men dan nog de wyze in aanmerking neeme, waarop het vee, dat men meften wil, gevoed wordt: men begint eerft met het te fnyden, hetwelk den weg, waar langs de werktuigelyke klompjes in grooter overvloed verloopen, onbruikbaar maakt: vervolgens, in plaats van het rundvee zyn gewoon voedzel te laaten houden, en het niet dan gras of hooi te geeven, zo geeft men hetzemeien, graanen, raapen, in één woord, zelfHandiger voedzels dan het gras of hooi zyn, door welk middel de hoeveelheid van deszelfs vleefch in korten tyd vermeerdert, de fappen en het vet overvloediger worden, en van een vleefch, dat in zig zelven vry hard en droog is, zulk een fappig en goed vleefch maaken, dat het de ziel onzer lekkerfte maaltyden is.

Uit hetgeen wy gezegd hebben volgt, dat de menfeh, wiens maag en ingewanden niet zeer ruim zyn ten opzigte van den omtrek zyns lighaams, van groente alleen niet zou kunnen leeven ; het is ondertuflehen door de ftukken beweezen, dat hy wel kan leeven van brood, peulvrugten, en andere zaaden van planten, dewyl men geheele Volkeren, enorde'svan menfchen kent, aan welken hunne Godsdienft verbiedt iets, te eeten, dat leeven heeft ontvangen; maar deze voorbeelden, zelfs door het gezag van Pythagoras onderfteund, en aangepreezen door eenige Geneesheeren, die al te groote liefhebbers van een ftrengen leefregel waren, komen my niet genoegzaam voor om ons te overtuigen, dat het voor de gezondheid der menfchen, en tot de voortplanting van 't menfchelyk geflagt, voordeelig zou zyn om niet dan van peulvrugten en brood te leeven, en des te meer, omdat de