Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN HET HERT. ^

trots en zonder vlugten; ook fchynt het hert geruft en met vermaak te Iuifteren naar het geblaas der herdersfluitjes, en de jagers bedienen zig in tyds van deze lid om het geruft te fteilen en op te houden; in het algemeen gefprooken vr-vft hét yeel minder voor menfchen dan voor honden, en toont alleen wantrouwen en loosheid, naarmaatehet ontruft is geworden; het eet langzaam en is kiefeh in 't neemcn van voedzel; wanneer het verzadigd is, zoekt het geruft en zaft te gen om met gemak te herkauwen: doch het herkauwen fchynt de herten zo semaklyk met te vallen als de koenen; het is, om zo te fpreeken, niet dan by fchoV ken dat het hert het voedzel uit de eerde maag doet opkomen: dit wordt veroorzaakt door de lengte en de ftrekking van den weg, door welken het voedzel moet doorgaan: de koe heeft een korten en regten hals, die van het hert is lang en gekromd; dit beeft moet derhalven meer geweld doen om het voedzel naar boven te brengen,, en deze pooging gaat met eene foort van hik toe, welke beweeg uitwendig zigtbaar is, en den geheelen tyd der herkauwing aanhoudt; de ftern van het hert wordt met de jaaren fterker, ruwer, en beevender; de hinde flaat een zagter en korter geluid, zy maakt dat geluid niet uit liefde maar uit vreeze • het hert fchreeuwt vervaarlyk in den bronstyd, en is dan dermaate vervoerd' du op dien tyd niets m ftaat is hetzelve te verfchrikken of bevreefd te maaken-'ook wordt het alsdan gemaklyk opgejaagd; zeer vet zynde kan het de honden niet lang ontkropen, doch het is gevaarlyk als het in de engte gebrast wordt dewvl het zig dan met woede op dezelve ftort: het drinkt weinig in den winter 'en no r minder in het voorjaar; het teder en vogtig gras is dan genoegzaam om zyn donb te leflehen, maar inden zomer, als 't heet en droog is, gaat het drinken in rivieren, poelen en wellen: in den bronstyd is het dermaate verhit, dat het ove al water zoekt, met alleen om zyn brandenden derft te leflehen, maar ook om zi* te baaden en te verfriflehen. Het hert zwemt, over 't algemeen, goed, dóch in den bronstyd beter, dan op eenigen anderen tyd, van wegen de vethe d, Vaatdoor de omtrek van zyn lighaam, naar evenredigheid, ligter is dan eene gelvke klomp van water, en waardoor het derhalven thans beter dryfr, dan wanneer de maffa, of de floflelyke hoeveelheid van dat lighaam, in evenredigheid van den oS trek, meerder is: men heeft de herten wyde rivieren zien overzwemmen, en men vertelt malkanderen, dat zy, in den bronstyd, door den reuk der hinden aangelokt, z,g in zee geworpen hebben, en van het eene eiland naar het ander gezwommen zyn, fchoon dezelve verfcheiden mylen van malkander aflagen- zv loopen nogtans beter dan zy zwemmen, en vervolgd wordende fpringen zv la*. tig over eene heg, en zelfs over eene fchutting van zes voeten hoo- ° tJ VI a Crten Vfum na? dV''^ydm. In den herffl, na clen brons.

} \Zy dea^eUerchelUe^ d? b0Jffien' de bloeme" ™ Je heide, de bladeren der br.1amflrt.1ken, enz; m den winter, als het land met fneeuw bedekt is, lchillen zyde baften der boomen af, en eeten mofch, enz, en by zagt weder vervoegen zy zig op de kooren-landen; in het begin der lente zyn zy zeer geheld op de katten dcrabeelen, willigen, en hazelnooten-boomen,en op de blSemen en knoppan der Kornouilleboomen, enz: inden zomer is de tafel der Natuur voor hun ruim voorzien, en zy hebben alsdan keur van fpyze, dochzy gee-

Sluiten