is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NATUUR L Y K E KISTO R I E,

lamprei op de kruin van den kop een dons van eene afchgraauwe kleur, tuflchen

ïanaer en vafter hairen in, die afchgraauw aan hunnen wortel waren, zwart ra het midden, en vaal aan hun eind. De oogen waren ook omringd met eenen band van eene witagdge kleur, die zig naar voren tot aan den baard of de knevels, en naar aeteren tot aan het oor uitltrekte. Het voorft gedeelte van den buitenkant der ooren hadt eenige tinten, die naar het geel en het bruin-helden; het agterft gedeelte hadt eene ervsastige kleur, en het eind van het oor was zwartagtig. De lippen het onderft gedeelte* van het onderft kaakbeen, de oxels, het agterft gedeelte der borft de buik, en de binnenkant der voorpooten, der dijen, en der agterpooten, 'waren wit van Jdeur, met eene tint afchgraauw op zommige plaatfen, omdat het hair van die deelen eene afchgraauwe kleur aan den wortel hadt., en met dan 'aan zyn eind wit was 5 de hairen van den agterften of onderften kant van den taart -waren geheel wit van kleur. De plaats tuflchen de ooren en de bovenfte of agterfte zvde van den hals hadden eene rosagtig vaale kleur; men zag die kleur ook op 'de voorfte en buitenfle zyde van de voorpooten, op de voorhand, de agterhand, en den voorften voet, en boven de enkels; zy was met wit gemengd op den bovenden kant van den voorvoet, van den navoet en vm den ge neelen agterften voet De zyden en het bovenft van den hals, het voorft gedeelte van de boift, de fchouders, bet onderft deel van de .zyden des lighaams en de hezen hadden eene zeer heldere en byna witagtige kleur; het kruis en de buitenkant der dijen waren van eene bieeke gryze kleur, met licht geel en afchgraauw vermengd. De bovenfte zyde van den ftaart was zwart, en op zommige plaatfen een weinig vaal van kleur; het onderft van de voorfte voeten, van den voorvoet, den navoet, en de geheele agterfte voeten waren van eene geelagtige of rosagtige kleur; de -kleur van het hair dezer dieren is meer of minder donker in verfchillende individu's, en meer of minder vuil door de aarde die aan het hair blyft zitten, en die het in zommige landen zwartagtig maakt, zodat men deszelfs geele kleur met Ziet dan na hetzelve te hebben afgeborfteld of zelfs afgewaffchen.

Het wild konyn (PI. XUZ), op het welk de afmeetingen der uiterlyke hghaamsdeclen, die in de volgende tafel worden bygebragt, zyn genomen, woog drie ponden en anderhalve or.ee; hetzelve verfchilde van de lamprei daar in dat zyn ïug, zyne lendenen, het bovenft van de zyden des lighaams en de buikzyden meer zwart en eene donkerer vaale kleur hadden, en dat de gryze kleur yan het kruis en van den buitenkant der dijen meer met geel gemengd, en de vaale: kleur der liezen donkerer was. Voor het overige fcheenen my de kleuren van het konyn en van de lamprei zeer gelyk in de mannetjes en in de wytjes, en in de ndividu's van verfchillende landen; want ik heb geen verfchil opgemerkt tuffchen de kleuren der konynen van Bourgogne,: vergeleeken met die van konynen u het park van Verfaiiïes. De langfte borflelhairen uit den baard of de knevels dei konynen zyn omtrent twee duimen en een halven lang, hunne ooren zyn minder lang dan die der haazen, en hunne agterpooten zyn ook naar evenredigheid minder £r ^ItrSg^t de lengte hunner voorpooten. Het wild konyn is ook over Kemeen veel kleinerdan de haas, gelyk men zien kan a s men ^b»£»ffiU die in de volgende tafel worden opgegeeven,met die vergelykf, welken menin de be'fchrvving van den haas vindt aangetekend. De «mme konynen (PI. XLIII) zyn gemeenlyk grooter dan de wilde kony-