Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i66

DE NATUU RL Y K E H I S T O R IE,

daar nimmer zig zien vereenigen» nimmer iets onderneemcn of bouwen; terwyl in die woefte landen, daar de menfch in maatfehappy niet dan zeer iaat is doorgedrongen, en daar men te voren niets dan eenige voetltappen van den wilden menfch vondt, overal vereenigde bévers gevonden zyn, die maatfchappyen hadden opgeregt, en welker werken men niet kondè nalaat en te bewonderen: wy zulk-n ons toeleggen, om geene andere dan oordeelkundi■ge, onwraakbaare, getuigen by te brengen, en wy zullen geene andere {tukken voorzeker opgeeven, dan die, waarin zy allen overeenftemmen: misfchien minder dan ■ zommigen hunner tot verwondering geneigd, zullen wy ons het twyfielen, en zelfs het beoordeelen veroorloven, over alles, wat ons al te moeijelyk te gelooven zal voorkomen.

Allen komen zy hier in overeen, dat de bévers, wel verre van eene blykbaare meerderheid van vernuft boven de andere dieren te hebben, integendeel beneden zommigen van dezelve fchynen te zyn in de hoedanigheden, die ■hun hoofd voor hoofd eigen zyn; en wy hebben gelegenheid om dit ftuk te beveiligen, dewyl wy nog tegenwoordig een jongen leevenden béver hebben die ons van Kanada is toegezonden (c), en welken wy federt byna een jaar bewaaren : het is een vry zagtaartig, bedaard, redelyk gemeenzaam , dier, een weinig droevig , zelfs wat klaagende, zonder geweldige driften, zonder fterke neigingen, zig weinig beweeging geevende, geene poogingen, voor wat het wezen moge, aanwendende; het toont egter een ernftig verlangen naar zyne vryheid, door de deuren zyner gevangenis van tyd tot tyd af te knabbelen, maar zonder woede, zonder verhaafting of drift, en alleen met oogmerk on>daar eene opening in te maaken, en 'er uit te komen; voor het overige is het vry onverichillig, zig aan niemand verbindende (dj, niet zoekende te befchadigen, en weinig poogende te behaagen: hy fchynt in de betreklyke hoedanigheden, die hem nader by den menfch zouden brengen, be,neden den hond te zyn; hy fchynt noch gemaakt om te dienen, noch om te beveelen, noch zelfs om omgang met eenige andere foort dan zyne eigen te hebben; zyn vernuft, in zig zeiven beflooten, openbaart zig niet volkomen

„ eindelyk ontdekte men, by de tegenwoordige hooge Rivier den 10 maart 1770, dat een bé,„ ver twee voeten boven 'c water op den ftam van eenen Wilgenboom zat, alwaar hy, uit ,, een fchuit, met een vuurroer gedood en herwaards gebragt werdt: hy woog 40 ponden, „ was kaftanjebruin, en, van 't uitterfte van den ftaart tot aan zyne geele flagtanden , omtrent ,, 4 voeten lang, vry vet, en fterk gefpierd: onder het vel tuflchen zyne agterfte pooten ,, vondt men twee blaasjes ieder ter grootte van een hoender-ey , met redelyk geele Cajio,, reum gevuld; weegende beiden 4 oneen: het overige van zyne ingewanden kwam zeer wel over ,, een met de befchryving en afbeelding welke de Hren. de üuffon en Daubenton in hunne ,, Hiftoire Naturelle To-ne VIII pagina 138, Amfterdamfche Editie daarvan geeven. Schoon „ dit dier aan Nederland niet eigen fchynt, en vermoedelyk in den winter met het ys van el„ ders overkomt dryven, blykt het nogthans, dat ze hier vry wel tieren, en gepaard zynde

wel ligtelyk zouden kunnen vermenigvuldigen; althans zy verdienen mede eeDe plaats in de „ Natuurlyke Hiftorie van Nederland: het vel van den béver is vervolgens opgezet, en wordt „ in het Kabinet van den Prins Erfiladhouder bewaard.

(O Dezj bérer, die jong gevangen is, is my in 't begin van 't jaar 1758 toegezonden, door den Hr. de Montbelliard, Kapitein in de Artillerie Royale.

(d) De Hr. Klein heeft evenwel gefchreevcn. dat hy 'er een verfcheiden jaaren lang onderhouden hadt, die hem volgde, en hem kwam opzoeken, gelyk de honden hunne meefter-s £aan opzoeken.

Sluiten