is toegevoegd aan je favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154 DE NATUURLYKE HISTORIE,

Lengte van 't gewrigt af tot het einde der nagelen ' . . *&$f *u'Ta' IyT'

Lengte van het been van de knie af tot aan de hiel . . o. 7 8

Lengte van de hiel af tot aan 't einde der nagelen . . 0' 7. 2'

Breedte van den voorften voet . . . . . o.' j. 7.'

Breedte van den agterflen voet . . . . o'. 1. c.

Lengte der grootfte nagelen . ... 0.0. 11

Breedte aan de bafis . . 0.' o.' 2'.

Deze caracal was een mannetje, hy woog flegts twaalf pond elf oneen ter oorzaake zyner uiterfte magerheid; het netvlies was zeer dun, ftrekte zig tot het. fchaambeen uit, en kwam weder voorwaards onder de ingewanden, gelyk dat van den lynx; de maag was ter linker-en de lever byna geheel ter regterzyde.

. De twaalfvingerigedarm liep tot in 't midden van de regterzyde, alwaar hv zig voorwaards vouwde: de nugteredarm maakte zyne omwentelingen in de navelftreek, in de zyden, en in den eigenlyk gezegden onderbuik; de omwentelingen van den omgebogendarm waren in dezelfde ftreeken , en ten grooten deele in de regter darmbeenftreek; vervolgens firekte zig dit zelfde ingewand voorwaards in de regterzyde uit, alwaar het zig vereenigde met den blindendarm, die van voren naar agteren liep: de kronkeldarm maakte een boog van de regter naar de hnkerzyde agter de maag , en die zig in de regterzyde verlengde voor dat hy zig met den regtendarm vereenigde.

De maag en het alvleefch geleeken naar de maag en het alvleefch van de lynx: het fluweelig bekleedzel van de maag was zeer zigtbaar; de blindedarm hadt meer uitgeftrektheid dan die van den lynx en de punt was gekromd naar den kant van den omgebogendarm; de vliezen van de maag en de ingewanden waren zeer dik.

De lever hadt zes kwabben; de twee grootfte waren geplaatft één in'tmidden , en de andere ter hnkerzyde; die van 't midden was verdeeld in drie deelen door twee fplytingen; de draagband ging door de linker fplyting, en het galblaasje was in de regter fplyting; daar waren drie kwabben ter regterzyde, de onderfte was grooter dan de twee anderen; de lever hadt van buiten eene bleeke roodagtige, en van binnen eene bruin roodagtige, kleur; zy woog tien oneen zes gros; het galblaasje was groot, langwerpig , en byna rolrond.

De milt was veel breeder aan haar onderft dan aan haar bovenft einde; zy hadt van buiten en van binnen eene vry leevendige roodagtige kleur; zy woog drie en een half gros.

De regter uier ftak wat meer vooruit dan de linker; zy lagen niet diep; het bekken was vry groot, maar men zag daar geene onderfcheidene tepeltjes ; de nierklieren waren groot , langwerpig, en van eene geelagtige kleur.

Het zenuwagtig middelpunt van het middelrif was weinig uitgeftrekt, daar waren in de regter long vier kwabben, waarvan drie gefchikt waren gelyk als in de meefte andere viervoetige dieren; de vierde hadt meer omtrek dan de