Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i78 DE NATUURLYKE HISTORIÉ,

DE CIVETKAT * EN DE ZIBET **.

H***J*e meefte Natuuronderzoekers hebben gemeend, dat 'er maar eene.

* D * **00rt van dieren was,die hét reukwerk, dat wy civet noemen, ver-

* t * fchafteden : wy hebben twee dezer dieren gezien, die, wel is waaiy ***** in wezendlyke overeenkomften vanmaakzel, zowel in-als uitwendig , naar malkanderen geleeken, maar die egter in zo veele andere kenmerken van malkanderen verlchilden, dat men dezelve zeer wel als twee verfchillende foorten kan aanmerken: wy hebben het eerft dezer dieren den naam. van civetkat laaten behouden, en aan het tweede, om te onderfcheiden,. dien van zibn gegeeven \ de civetkat, waarvan wy de figuur in de XXX.IV Plaat gegeeven hebben, is ons voorgekomen dezelfde te zyn als de civet, die door de Heeren van de Akademie der Weetenfchappen, en in de Mémoires pour fervir a F Hiftoire des Animaux, befchreeven is: wy gelooven ook,, dat het dezelfde is als die van Cajus by Gesner. pag. 837 ; en dezelfde nogmaals als die, waarvan Fabius Columna de figuuren, zo wel van 't mannetje als 't.

* De Civet kat; in 't Franfcb la Civette. Animal Zibetb; Cajus apud Gesnerum, pag. 837.

Civeite, Memoires pour Jervir a l'Hijloire des Animaux , I. Part. pag. 157.

*• De Zibet; in 't Franfch le Zibet; in 't Arabifch Zebed, of Zebet.

Animal du Mujc. Mémoires de l'Académie royale des Sciences, Ann. 1731. pag. 443.

Nota. De Naamlyftinaakers, welken wy zullen aanhaalen, hebben deze twee dieren niet onderfcheiden, en men weet niet op welken van de beiden men hunne omfcbryvingen moe* te toepaflen, omdat zy geene dan zulke karaktets aanduiden, die aan beiden gemeen zyn.

Felis Zibethi. Gesner Hiji. Quadr. pag. 836. Men inerke op, dat de figuur, welke Gesner hier geeft, nietmetal deugt, fchoon zy naar het dier zelf, te Milaan, geteekend is; die van Cajus, pag. 837. is goed, en zyne befchryving is ook zeer goed.

Animal Zibetbi. Aldrovandus de Quadrup. Digit. pag. 340.

Meles unguibus unijormibus. Linweus Syft. Nat. Edit. IV. pag. 65. — Mèles unguibus unifsrmibus, cinerea. Syft. Nat. Edit. VI. pag. 6. — Zibetba. Viverra cauda annulata, dorfo cintreo nigroque undatim ftriato. Syft. Nat. Ed. X. pag. 44. Men merke hier op. 1. Dat de civetkat uit het geflagt der daffen, waarin zy in de 4de en 6de uitgave was, is overgegaan tot dat van de viverra of fret; dat zy eerft met den das alleen was, in de 4de uitg. vervolgens met den das en den ichneumon in de 6de, en dat zy zig eindelyk in de 10de niet meerby den das, maar by den ichneumon, den mephitis, den geilreepten buntfing, en de genetkat, bevindt. Merk op 2. Dat de.Schryver de aangenomene betekenis van 't woord viverra, of fret, heeft veranderd, waarvan hy een geflagenaam voor vyf dieren maakt, onder welken men ten minnen zou. verwagten de waate viverra, dat is te zeggen de fret, te vinden, die daar egter niet by is, en dien men in 't geflagt der wezeltjes moet gaan zoeken, pag. 46. Merk op 3. dat de das, diealleen van zyn geflagt was met de civet in de 4de uitg. en met den ichneumon en de civet in de 6de, naderhand in de 10de by. den beer., jen witten Groenlandfchen beer, den kleinen, wolf van de Hudfons baay, en den raton of racoon van Amerika, geplaatft is; ik breng die ftrydigheden der Naamlylten alleenlyk by, om te doen voelen, hoe willekeurig en onvalt die. gewaande geflagten zyn, zelfs in 't hoofd van hun, die dezelve uitvinden.

Meles fajciis £f maculis albis, nigris, rujejeentibus, variegata .... Civetta, la Civet-tf^BwssoN Regn.. Animal. pag. 276..

Sluiten