is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ADDERS.

grys met bruinagtige Banden , en heeft op de zyden twee fneeuwwitte Stippen.

44. Syfelaar , of Adder met 160 Buikfchilden en 100 Staartfchubben, te zamen 260» Coluber Sibilans. Link. Amoen. Acad. I. p. 302. «. 30. Serpens exqukis-

Jïma Ceylanica, Malpolan ditla. Seb. Muf. II. Tab. 52.

fig. 4. Serpens Americana, rarior, lemniscis rubris & albis longitudinalibus notata. Tab. 107. fig. 4.

Tot deeze Soort betrekt de Heer Linn^eus byzondere Slangen uit de drie andere Wereldsdeelen, door Seba afgeDeeld, waar van de Ceylonfiche, die de naam van Malpolon draagt, zeer fierlyk getekend was, en over 't geheele Lyf als met Snoertjes gebandeerd, op een ligtblaauwen grond; gelyk ook de Af'rikaanfiche hem, onderden naam vwHippo toegezonden; doch de Amerikaanfche heeft roode en witte Banden of Linten overlangs. Degene, die zich in't Sweedsch Vorftelyk Kabinet bevondt, was blaauwachtig met zwarte bandeerzels, van onderen wit. Deeze komt uit Afie. Waarom hy by uitftek de naam van Syfelaar voere, betuigd de Heer Houttuyn aan hem onbekend te zyn.

45. Breedfiaartige Adder, of Adder met 220 Buikfchilden en 42 Staartfchubben, tezamen 262. Coluber iati-caudatus. Linn. Muf. Ad. Frid. I. p. 31. Tab. 16. fig. 1. Dit Dier, dat, uit Indie afkomftig, in de befchryving van 't Koninglyk Sweedsch Kabinet is afgebeeld, heeft de Staart ftomp, op en neer platagtig. De kleur is aschgraauw, met bruineBandeerzelen.

46. Adder met 150 Buikfchilden en 114 Staartfchubben , te zamen 264. Coluber firtalis. De Heer Kalm heeft deezen Slang in Kanada waargenomen. Hy is van kleur bruinagtig fyn geftreept, met drie groenblaauwagtige Banden, in de langte, over 't Lyf loopende.

47. Wreede Adder, of Adder met 196 Buikfchilden en 69 Staartfchubben, te zamen 265. Coluber atrox. Linn. Amoen. Acad. I. p. 305. n. 35. Muf. Ad. Frid. I. p. 33. 'Tab. 22. fig. 1. Serpentula Ceylonica feu Naja altera. Seb. Muf. I. Tab. 43./. 5.

Deeze behoort wederom onder de venynige AdderJlangen ; dewyl hy groote-Tanden in de Bovenkaak beeft. In die van. Seba uit Ceylon afkomftig, wordt daar egter niet van gewaagd. De kleur is grys met gekielde Schubben: de Kop van boven en op de zyden plat, hoekig, en met zeer kleine Schubbetjes gedekt. Ik heb een Adder, zegt de Heer Houttuyn, met lange Tanden in de Bovenkaak, wiens getal van Buikfchilden 193, en dat der Staartfchubben, wegens de kleinte naauwlyks telbaar is: zynde grys van boven, van onder bruin gevlakt: zeer breed en hoekig van Kop, lang 22 duimen.

48. Adder met 180 Buikfchilden en 85 Staartfchubben , te zamen 265. Coluber Sibon. Linn. Amoen. Acad- I- p. 304. n. 32. Serpens Africana ab Hottentoltis Sibon ditJa. Seb. Muf. 1. Tab. 14. fig. 4.

De bynaam Sibon is van de Bottentotten afkomftig, zo Seba meldt, die aldus een Slang noemen, welke den Kop rond en wit heeft, zynde langs de Rug geelagtig met ligtroode, en aan den Buik wilagtig of ligtgraauw, met bruinroode Vlakken. In die van 't Sweedfche Kabinet is de kleur bruin yzergraauw met wit geTprenkeld, van onderen wit met bruine Vlakken. Deeze %lang onthoud zich in de zuidelyke deelen van Afrika.

<■ 49 Gekolkte Adder, of Adder met 185 Buikfchilden

WËfill Deel.

ADDERS. 133

en 81 Staat tfchubben, te zamen 266. Colubernehulaius. Linn. Muf. Ad. Frid. Lp. 32. Tab. 24.fig. I. Catïse» Car. II. p. 42. Tab. 42.

Van deezen Amerikaanfchen, die in 't getal der Schilden en Schubben zeer wéinig van den voorgaanden verfchilt , geeft Catesby , zo 't fchynt, de afbeelding. Die men in 't Sweedfch Kabinet heeft, is bruin en afchgraauw gewolkt, van onderen wit en bruin bont. Hy klimt by de Beenen op en ftrengelt zich daarom.

50. Bruine Adder, of Adder met 149 Buikfchilden en 117 Staartfchubben, te zamen 266. Coluberfuscus. Linn. Muf. Ad. Frid. I. p. 32. Tab. 17. fig. I. Anguis Mfculapii, Americahus , ex Panama. Se-. Muf. II. Tab. 54. fig. 2. Serpens Brafilienfis major Ibiboboca dieta, fieu Cobra de Corais. lb. Tab. 71. fig. 1. Serper.s Cenchrias, feu Acontias, item Jaculus Amboinenfis. Id. Tab. 72. fig. 1. Serpens Boitiapo, feu Cobra de Sipo Brafilienfis, fpinofa. ld. Tab. 87. fig. 1. Serpens Ceylonica maxima, Pimberach difia. Tab. 91. fig. 1.

In deeze is het getal der Staartfchubben, even ats in de hemelfichblaauwe Adder, zeer groot naar reden van de Buikfchilden. Volgens de aangehaalde afbeeldingen van Seba, zouden de waare Slangen, die men aan Esculapius toewydde, tot deeze Soort b-ehooren. Omtrent de Menfchen zyn deeze Slangen zeerzagtzinnig, en doen dezelve zelden leed, dan getergd zynde: maar omtrent het Gedierte zeer verflindende, en alles wat zy vatten, moet, wegens de haakigheid , hunner Tanden de Keel door. Zy fnuifelen en ruiken eerst wel, en befchouwen met hunne grootte Oogen wat zy magtig kunnen worden. Rotten, Muizen en Vogelen is hun gewoone fpyze. Hun Vleefch werd van de Indiaanen voor een byzondere lekkerny gehouden, zynde zo malfch en wit als dat der Hoenderen.

Deeze Soort van Slangen munt in grootte uit: zo dat 'er de Brafiliaanen, deswegens, den naam vanBoigiacu aan geeven. De Brafiliaanfiche, Ibibocagenaamd, of Cobra de Corais, is bruinrood over de Rug en aan den Buik wit. De Ambonfche, die men Spuitfiang of Pylflarig noemt, heeft langs de Rug dergelyke kleur, doch is aan de zyden van den Buik gioenagtig. Eea Brafiliaanfche, Boitiapo genaamd , is olyfverwig van boven, en gedoomd. De Ceylonfiche, die aldaar Pimberah geheeten wordt, is rosagtig mee bruine Vlakken getekend. In de eenpaarigheid van kleur en de geruite Lyffchubben, fchynt het blykbaarfte kenmerk deezer Slangen te beftaan.

51. Loodkleurige Adder, of Addermet 147 Buikfchilden en 120 Staartfchihben, te zamen 267. Coluber Saturninus. Linn. Muf. Ad. Frii. I. p. 32. Ta bi, 9. fig, 1. Van deezen uit het Sweedsch Koninglyk Kabinet: wordt getuigd , dat de kleur donkerblaauw zy , met aschgraauw gewolkt, en de woonplaats in Indie. Hy heeft, gelyk de voorgaande, groote Oogen,

52. Witte Adder, of Adder met 220Buikfchilden ea 50 Staartfchubben, te zamen 270. Coluber Candidus. Linn. Muf. Ad. Frid. I. p. 33. Tab. 7. fig. 1.

Deeze Indiaan]che Slang uit het zelvde Kabinet, is witagtig met bruine Banden. Een Slang- in myne verzameling, zegt de Heer Houttuyn, van drie voeten lang en drie vierde duims dik, die fpierwit is, met breede, kaftanje bruine Banden hier en daar , z r ongelyk, getekend, doch tevens zeer fraay van aanzien, heeft 220 Buikfchilden en 37 Staartfchubben. Mooglyk dat de Staart, die ftompagtig is, door

P of