Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 .To8 BEVERNEL. BEWEEGING.

zyn door omftandigheden , zo gering en heufelagtig ,dat dezelve, voor dat de gevolgen zich vertoonden, onzen aandagt naauwlyks ïchecnen te verdienen. Ja iederoprecht en verftandig Man zal openhartig moeten belyden, dat hy zyn leeven van deezen kant befchouwende, zich zplven van lachgen niet wederhouden kan.

Hoe weinig ftrookt deeze, moet ik zeggen, droevige of belachgeiyke ondervinding, dat ons Fortuin, onze Ler, onze Rykdommen, onze Vermaaken, ja onsL.eeven zetvs van zo beujdagtige oirzaaken afhangen, en ooor zo verachtelyke Springveerenbepaald worden, hoe weinig ftrookt deeze ondervinding zeg ik, met diedwaaze trotsheid op ingebeelde Bekwaamheden, met dien waan van onze Voortreffelykheid, met het denkbeeld eener Grootheid, die wy waarlyk niet hebben ; hoe moet deeze befchouwing alle vermetelheid uic onze Zielen weeren, en de Stervelingen doar toe brengen om zich zeiven op hunnen rechten prys te fchatten. Len wys en verftandig Menfch laat zich gewisfelyk door deeze blyken en bedenkingen overreeden, dat alle de Menfchelyke, dat zelvs de allergrootfte Bedryven niets minder, dan gewigtig zyn; en gelyk het hem onmooglyk is, om derzelver uitwerkingen te voorzien, en, het geen van zo onmerkbaare roerzels afhangt, naar zynen wt! te leiden, zo poogt hy fteeds alles voor lief te nee men,zich naar alles te fcbikken, en zyn Geluk alleen in de rust zyner Ziele te plaatzen, het eenige tweik voor hem zeer gewigtig, en van 't allerhoogst belang is. B^VERBOOM, zie MAGNOLIA n. 2. BLVERNEL, in 'c Latyn Pimpiv.ella , is de naam van t en Kruidgeflacht, 't welk de gewoone Kruiden van dien naam niet bevat, waar aan men den bynaam van Sanguijotba geeft; maar het bevat de eigentlyk zo geriemde Bevernel en andere Kroontjes-Kruiden. _ De Kenmerken zyn, een langwerpig eyronde Vrugfrngeboogen Bloemblaadjes, en byna klootronde Stempels. Zie de befchryving hier van in ons WoordenSeKENDÈ )' I?°2' ^-PIMPINELLE(STEEN-

BEVRJESEN, zie VORST en YS n^^EEGING- Wat Meeging is, hebben wy in ] Z£00«.™ek ƒ. Deel, hl. x7\ befchreeven; daar wy egter dit volgende nog hebben by te voegen. 1 De Wysgeeren verdeelen de Beweeging in drieder- l lei ioorc; als 10. in Velkomene; 2". in eene gemeene Af. I .lankelyke; en 30. in eene eigentlyke Afhankelyke. z 1. De Volkomene Beweeging beftaat in eene geduuVige 1 opvolging van aanweezen eenes Lighaams in verfchei- s de deelen van de onbeweegbaare uitgebreidheid deezer d , erelt- D}1 Is eigentlyk de Beweeging van een Lig- d Tf"J zoA^°m^ Beging te begrypen, men de v Uitgebreidheid in deelen verdeeld moet begrypen. In- d oien onze Aardkloot ftil was, zouden wy de waare Be- h weegtng der Lighaamen kennen, als ook hunnefnelheid, V uit den weg welken wy hen zouden zien afleggen: maa? om dat de Aarde bewogen wordt, zo om haaren As als b om de Zon, weeten wy niet klaar, noch aanftonds,of ft een Lighaam bewogen wordt; want ftel eens, dat een Bi ioren van de Aarde los gemaakt wierdt, en in het uit- ti gebreide Ydcl ftil bleef hangen; wy zouden niet te min ar deezen Toren als fnel van ons af, zien bewoogen wor- v; oen , alleen om dat de Aarde bewoogen wordt met twee- he cerlei Beweeginge. fi£

nJr eGmree"l afbankd^e Beweeging noemt men , wan- m neer een Lighaam te gelyk «et anderen voortgaande, ia ne

EE WEEGING.

- opzichte van deeze ftil blyft, maar vergeleeken met verder afgeiegene Lighaamen, zyne plaats verander J. Een Schipper op een zeilend of voortgetrokken Schip, ftil aan zyn Roer zittende, heeft deeze ife^^fwant ten aanzten van zyn Schip is hy ftil, maar Ten aanzien ILT ËIt L!êh°amen • ais ™n ^n Oever of van het Mrand, is hy in Beweeginge. Dus ook eendoode Visch met het water der Rivier afdryvende, is in rust ten opzichte dar Riv,ere , waar mede hy even fnel voortdryit, maar lcn opzichte van den Oever wordt hv bewogen. 1

3. Men noemt de eigentlyke afhankelyke Bewering eene geduurige plaatzing van 't Lighaam tegens en op anaere, of rondom, of aanliggende. Ik werp, by voorbeeld eenen Kloot over den grond, deeze wordt nu geplaatst geduurig op verfcheide deelen van den grond naast malkander liggende: alle Zaaken, welke wy zeggen dat bewoogen worden op onze Aarde, worden op deeze wyze gezien en aangemerkt.

Een Lighaam, 't welk bewoogen wordt, wordt Overgebragt uit een deel der algemeene uitgebreidheid,

n het andere naastaan liggende: deeze Overbrenging Lif "^^k U'tw^kzel 'tgeen eene zaakelykeOir! zaak moet hebben: deeze Oirzaak is een Kragt" welke Wn'fi m ov\etbrenSt; waM kragt noemen wy dat beginzel, waar door een natuurlyk Lighaam bewoogen wordt van de eene plaats inde andere, of ten minfte zou bewoogen zyn geworden, als het niet door eenige hinderpaal belet wierdt. s°

Deeze Kragt gaat over van het eene Lighaam in het ander, indringende in de groote of famengeftelde Lighaamen van buiten tot binnen toe, niet door dePoren maar door de lighaamelyke deelen zelvs heen : zy komt tot de inwendige zelvftandigheid van 't Lighaam, zelvs ot binnen in ieder ondeelbaar deeltje, ja zy komt 'er m tot verfcheide grootheden, naar het verfchil derfnelleid ts in de bewoogen Lighaamen.

Sommige Geleerden meenen, dat de kragt niet overzat van het eene Lighaam in het ander, maar dat de sragt van een bewoogen Lighaam zodaanige eigenfchap leett, dat zy kragt kan verwekken in een ander Ligiaam; en, dat zo veel kragt als 'er verwekt wordt in iet tweede Lighaam, juist evenveel verlooren gaat in iet eerlte; dttgevoelen heeft eenige zwaarigheid; want 10e en waarom gaat *er kragt verlooren in een Lighaam onder tegenkragt? Het is daarenboven niet onmogeyk, dat de kragt overgaat van de eene zaak in de anere: als wy ons Lighaam beweegen wiilen, gaat 'er an geen kragt uit onze Ziel over in ons Lighaam? toen e öchtpper de gefchaape Dwaalfterren eerst bewoog en oortwierp, gebruikte Hy kragt, welke overginl in -eze Dwaalfterren: doch men begrype dit zomen wil, erfchynfee|en°nderfCheid maaken in het uitleSgen der Wat is nu deeze Kragt in de bewooge Lighaamen?

het eene gefchaape Zelvftandigheid, of eene Zelvindigheid van eene byzondere Soort? De Heer Hambroek meent dit, en dat God 'er een' neiging of tragig m gelegt heeft om den tegenwoordigen ftaat te verderen; waarom het onmogelyk zou zyn dat de kragt n het eene Lighaam in het ander kan overgaan? Is t, gelyk de Fleer Cronland wilde, een denkbeeld , rst voortgebragt van onze Ziel, daar uit vloeijende! 'fnl . a,anode^Ll"8haamen' en.loopende uit het eein net andere Dewyl wy na eerst gedagt te hebben

om

Sluiten