Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEZWYMING.

wekt, die den Lyder op 't oogenblik tot zich zeiven brengen, doch welken, niet genoegzaam zynde om te doen braaken, hem wel haast weder in zyne wezenloosheid vallen laaten, die menigmaal een vry langen tyd duurt, en die na zich laat, pynen voor het Hart, draaijingen in 't Hoofd, en eene misfelykheid, die men in de eerfte Soorten niet gewaar wordt. Wanneer de aanval geëindigt is, moet men zich 'eenige dagen aan een zeer iigten eetregel houden, en gebruiken in den zelvden tyd, 's fmorgens nugteren een poedertje, famengefteld uit veertig Greinen Rhabarber en even zo veel Cnmor tartari, 't welk de Maag ontlast, van 1 geen 'er fchaadelyk mogt in overgebleeven zyn, en teffens de kragten herfteld.

Daar is ook eene Soort van Bezwyming die zyn oirzaak in de Maag heeft, doch egter vande.bovenftaande onderfcheiden is, en geheel andere hulpmiddelen vereischt: dezelve wordt te wege gebragt door eene groote gevoeligheid van dit Ingewand, benevens eene algemeene zwakheid. De genen welke aan deeze kwaal onderhevig zyn, zyn doorgaans zwakke Menfchen, die weinig verdraagen kunnen, en wier Maag tevens zwak en zeer gevoelig is. De hoeveelheid van Voedzels, die zy nodig hebben, hoe weinig zulks ook mag zyn, hindert hun; zy zyn byna altoos een weinig misfelyk na den eeten, en indien het gebeurt, dat zy een weinig meer eeten, of dat zy eenig Voedzel nuttigen, 't welk eenigzins moeijelyker te verteeren is, of dat zy eenige aandoeningen na den eeten hebben, ofhetSaifoen oneunftigis, ja dikwils zelvs, zonder dat men eenigekenbaare oirzaak kan bepaalen, verandert de misfelykheid

in Bezwyming. Deeze Lyders hebben tot herftel-

ling genoegzaam niets anders nodig dan rust, en het zoude voldoen, dat men hen op een Bed uitgeftrekt leide; men kan hun egter eenig geestig water laaten rieken , en de Slaapen van 't Hoofd en de Polfen 'er mede wasfehen, terwyl men op den zelvden tyd hun ook een weinig Wyn laat doorzwelgen; ook zyn de wryvm-

gen nuttig. Dit Soort van Bezwymingen wordt

dikwils meer gevolgd van een weinig koorts, dan de andere Soorten.

Van de Bezwymingen die van Zenuwkwaaien afhangen.

Ik verftaa hier door de Zenuwkwaaien, alleen de zodaanigen, welken van die ongefteldheid in de Zenuwen afhangen, welke te wege brengt, dat 'er in het Lighaam , of onregelmaatige beweegingen zonder eene uitwendige oirzaak, ten minften zonder eene kenbaare, en zonder eene daad van den wil; ofwel beweegineen die veel grooter zyn, dan zy moeften weezen, indien zy evenredig waren aan de magt van de uitwendige aandoening, verwekt worden. Dit is juist de Staat dien men Opftygingen (Hyfterica patfie) noemt ; by den gemeenen Man, ie Moer; en nadien 'ergeen Werktuig is, 't welk niet zyne Zenuwen heeft, en geene oi. fchier geene werking, op welke de Zenuwen geenen invloed oeffenen, begrypt men ligtelyk, dewyl de Opftygingen die Staat zyn, welke van verkeerde beweegingen in de Zenuwen zonder kenbaare oirzaak voorkomt, dewyl alle werkingen van het Lighaam gedeeltelyk van de Zenuwen afhangen, dat 'er geen een toeval van Ziekte is, 't welk door de Opftygingen niet kan voortgebragt worden, en dat deeze toevallen even daar door oneindig moeten verfchillen volgens de takken der Ze-

EEZWYMING. f*§

nuwen, die ontfteld zyn; men begrypt ook, waarom de Opftygingen van..den eenen perfoon niet gelyken naar die van den anderen; waarom de Opftygingen van den eenen dag in denzelven perfoon niet gelyken naar die pan den anderen; men begrypt daarenboven dat de Bezwymingen eene wezentlyke Ziekte zy, en dat die eigenzinnigheid in de toevallen, die onbegrypelyk zynde voor hun allen, welken in de kennis van de Dierlyke Huishouding niet bedreven zyn, gemaakt heefc, dat zy haar aangezien hebben eerder als de uitwerking van eene onftelde Verbeeldingskragt, dan als eene wezenlyke Ziekte; men begrypt, zeg ik, dat deeze eigenzinnigheid een noodzaaklyk gevolg is van de oirzaak der Opftygingen , en dat men niet meer meester is om geene Opftygingen te hebben, dan om geen aanval van koorts of tandpyn te krygen.

Onder de verfchillende toevallen van dit ongemak zyn de Bezwymingen geene van de zeldzaamften.——— Men wordt verzekert, dat zy van deeze oirzaak voortfpruit, wanneer zy iemant aantast, welke aan die Ziekte onderhevig is, en men geene van de andere oirzaaken,

die dezelve voortbrengen kunnen, vinden kan. <

Deeze Bezwymingen zyn fchier nooit gevaarlyk, ea hebben naauwlyks eenig hulpmiddel nodig; men moeë den Lyder op een Bed leggen, geeven hem veel lucht, en laaten hem eenigen, veeléér Hinkenden, dan aangenaamen reuk rieken; het is in deeze Bezwymingen, dat de rook van brandend Leder, van een Veder, van Papier, dikwils van zeer veel dienst is. — De Vryfters die dikwils aan Bezwymingen uit deeze oirzaak onderhevig zyn, legt men veeltyds met vrugt een doek om het Lighaam, die men ft>f toehaalt, en veele Vro;iwen draagen 'er met nut een riem voor om het Lyf, doch men moet dezelve niet al te geweldig toetrekken.

Nadien zeer ligte oirzaaken, als by vooibeeld een weinig te lang nugteren te zyn geweest, te veel gegeeten te hebben, in eene warme Kamer te zyn, eenige te fterken reuk gerooken te hebben, door eenigeRedevoering te fterk te zyn aangedaan gewoiden, en oneindig meer andere zaaken van dien aart, die Bezwymingen kunnen verwekken, is het niet te vetwonderen dat die zo dikwils wederkomen. Het beste Voorbehoedmiddel is de ongefteldheid der Zenuwen, die dezeiven voortbrengt te vernietigen, en zulks kan niet beter tiitgewrogt worden dan door een werkzaam leeven, koele Kamers en Bedden, de open Lucht, Vooral des morgens het Paarde ryden, Wandelen, Uitfpanning en Maatigheid, dit zyn de waare Geneesmiddelen voor deeze kwaal. De ouitenfpoorigheden, een lui en lekker lee. ven, thee en koffy, beneevens hartzeer, vereeuw/gen dezeiven, en maaken alle Geneesmiddelen volftrekt nutteloos.

Van de Bezwymingen door Gemoedsaandoeningen voortgebragt.

Daar zyn voorbeelden van Menfchen die door eene onmaatige Blydfchap op ftaande voet dood gebleeven zyn, doch zodaanige gevallen zyn buitengemeen zeld* zaam, en dikwils vraagt men geene hulpmiddelen voor Bezwymingen, die door vermaak veroirzaakt worden. Dan het is niet eveneens met de Gramfchap, met het Verdriet, noch met de Vrees gelegen. Ik zal hier iets ten aanzien van de Gramfchap en het Verdriet mededeelen, en ten aanzien van de VREES myne Leezers na dat Artykel wyzen.

' T112 Eene

Sluiten