is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRYVING VAN HET KABINET. 8fl

Ten hebben, gelyk wy reeds hier voor in de befchryving van den olvfant hebben aangetekend. ° 3

No DCDLXXXV. Stukken van de opperhuid van een olyfant.

De^£fke"'WA °°men Van den jon^en 0]yfant welkcn wy onder No DCDLXXXIII hebben opgegeeven, en van het vel van den olyfant uit de diergaarde van Verfailles, onder het voorgaand nommer bYgebragt;zvworle "pZTlIL van" dft M.™ V00r he£ Mikroskoop gezien.

tv> i?' DCpLfXXV£ Een gedeelte van den kronkeldarmvan een olyfant.

Dit ftuk van den kronkeldarm koomt van den olyfant uit de diergaarde van Verfailles, welks ontleedkundige befchryving men in de Mémoires pour fervir a l Hiftoire naturelle des Animaux, partie III. page 127 en volg. vindt aangetekend. Het ftuk van den kronkeldarm waarvan wy hier fpreeken is gedroogd, en zodanig gekromd dat de beide einden malkanderen aanmaken; en in dezen ftaat is hetzelve omtrent zeven voeten lang; over deszelfs groote buitenfte kromte gemeeten, en flegts twee voeten als men de lengte langs de kleme kromte van binnen meet:de omtrek van dezen darm is van vier voeten en een halven op de dikfte plaats;_ de vliezen zyn half doorfchynende • men ziet geene celletjes op derzelver binnenfte wanden, maar alleenlyk de'voetfpooren der bloedvaten. 3 No. DCDLXXXVII. Het geraamte van een olyfant

Dit geraamte is dat geen hetwelk ten onderwerp voor de befchryving en de afmeetingen der beenderen van den olyfant gediend heeft; de tromp is in leder natgemaakt en zit aan het geraamte vaft gehegt. Men heeft eene doorfneede m het agterft en bovenft gedeelte van het bekkeneel gemaakt om hetzelve te openen, en om de groote dikte van deszelfs beenderen, en van hunne cellen te vertoonen, die hier boven reeds befchreeven zyn

No. DCDLXXXVIIL Een ftuk der beenderen van den kop van den olyfant.

Dit ftuk bevat het regter flaapbeen byna geheel en al, benevens een gedeelte van het agter hoofdsbeen en van het wangbeen; men ziet de hollilheden die in de dikte van het agterhoofdsbeen en van het flaapbeen zitten Als men de grootte van die ftukken been met de grootte van dezelfde ftukken been vergelykt die met dezen overeenkoomen aan het geraamte onder het voorgaand nommer bygebragt, blykt het dat de olyfant van wien de ftukken been waarvan wy hier fpreeken, afkomftig zyn, omtrent drie voeten hooger was dan die waarvan het geraamte genoomen is, en dat hy bygevolg ten naaften bv tien voeten hoog was. Deze ftukken been zyn uit Siberien mede gebragt Z SdiTppra r DE ' M ^ de KoninSIyke Academie der Wee-

No. DCDLXXXIX. Andere ftukken der beenderen van den kop van den

Deze ftukken been zyn brokken van het regter flaapbeen en van het agterhoofdsbeen, zy zyn te gelyk met het fluk onder het voorgaand nommer bygebragt, m het kabinet gekoomen, en het fchynt dat zy van een olyfantkoomen die even groot geweeft is. ^

XI. Deel. jyj