is toegevoegd aan je favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRYVING VAN DEN BOK VAN JUDA. 141

_ , , , voeten, duimen,-lynen.

Omtrek der twee hoeverj tezamen genoomen, aan de voorfte voeten . . . • . o. 4. 8. Omtrek aan de agterfte voeten ... .0. 4. 4'.

De geit van Juda, welker afmeetingen in de Voorgaande tafel zyn opgegeeven, woog zes - en - veertig ponden; by de opening van den onderbuik vondt men het netvlies gelyk aan dat van onzen bok, en fterk belaaden met een zeer wit fmeer; de vier maagen en de darmen hadden dezelfde ligging en hetzelfde maakzel als by dat dier, zo wel in- als uitwendig ; want ik heb een bok geopend en ontleed te gelyk met de geit waarvan wy hier fpreeken; maar de kleur van den wolhgen rok der drie eerfte maagen was bruin by de geit, terwyl dezelve geelagtig was by den bok; de tepels van den muts en van den boekenpens waren veel dikker, veel korter en minder puntig by de geit; de lengte van derzelver dunne darmen was van veertig voeten van den portier tot aan den blindendarm, en die van den kronkel- en regtendarm te zamen genoomen van dertien voeten, het geen drie-en-vyftig voeten maakte voor de lengte van den darmbuis, behalven de blindendarm. Schoon de bok van eene maatige grootte was, met betrekking tot de gewoone bokken, was hy veel grooter dan de geit, en zyne dunne darmen waren vyftig voeten lang; de kronkel- en regtendarm te zamen hadden twintig voeten lengte; das bedroeg de volle lengte van den darmbuis zeventig voeten zonder den blindendarm.

De lever van de geit van Juda geleek zeer veel naar die van den bok, maar het galblaasje was met zo lang als dat van den bok, want het ftrekte zig niet buiten de randen der lever uit ; dit ingewand hadt van buiten en van binnen eene zeer bleeke en byna loodblaauwe kleur; hetzelve woog elf oneen zes drachma's en eene halve; ik heb uit het galblaasje een geel vogt gehaald, gelyk aan dat uit het galblaasje van den bok ; dit vogt woog een drachma en vyftig greinen; ik vondt niet eenen worm in de lever van deze geit van Juda noch van dezen bok; deze beide dieren wierden in het midden der maand maart ontleed: de lever van de geit van Juda was naar evenredigheid breeder dan die van den bok en byna vierkant, dezelve hadt eene grysagtige kleur van buittm en bleek roode van binnen ;zy woog eene once, vier drachma's en eene halve.

Schoon de regter nier by de geit van Juda wel zo veel meer naar voren zat dan de linker als deszelfs geheele lengte bedroeg, was dit verfchil evenwel nog zo groot niet als by den bok; maar de nieren van deze twee dieren geleeken van binnen en van buiten volkoomen naar malkanderen, behalven dat het indrukzel naar evenredigheid minder diep was in de nieren van de geit van Juda.

De longen waren gelyk aan die van den bok zo wel in het getal der kwabben als in de gedaante en plaatfing; daar zaten in de groote kwab der regter zyde twee bakken die zo groot als nooten waren , vol met een wateragtig vogt dat byna geenen fmaak hadt; het hart, de tong, het ftrot klapje, de randen der opening van het ibrottenhoofd, en de agterherffenen van de

s 3