is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1(58

DE NATUURLYKE HI'STORIE

tuur der bezoards onderzogt heeft, denkt, dat zy beftaan uit eene ftoffe van dezelfde natuur, als die, welke zig in de gedaante van een glinfterend en gekleurd wynfteen op de tanden der herkauwende dieren vaftzet: men zal uit de befchryving, welke hy gemaakt heeft van de bezoards, waarvan wy eene zeer talryke verzameling in des Konings kabinet hebben, kunnen zien, welk het wezendlyke verfchil zy tuffchen de oofterfche en wefterfche bezoards. Dus zyn de bokken of geiten der Ooft-Indien, of de gazelles van Perfie, niet de eenige dieren, die famengroeijingen voortbrengen, waaraan men den naam van bezoard gegeeven heeft; de gems (q), en miffehien de fteenbok der Alpen; de bokken van Guinee (r) , en verfcheiden dieren van Amerika ( s ), geeven ook bezoards, en zo wy onder dezen naam alle de famengroeijingen' van dezen aart, welke men inde dieren vindt bevatten, kunnen wy verzekeren , dat de meefte viervoetige dieren , de vleefchvreetende uitgezonderd, bezoards voortbrengen, en dat 'er zelfs in de krokodillen, en in de groote flangen gevonden worden (f).

Om

CÖ Wy onderzogten in Grauwbunderland koomende , twee zaaken, waarvaii wy te Pofchiaro reeds eenige kundfehap gekreegen hadden: het eerfte onderzoek betrof die ballen, welke men in de maag der gemfen vindt: zy hebben de grootte van een kaatsbal, en zyn zelfs zomtyds wat grooter; de Duitfchers noemden dezelve Gemskugel, en beweeren dat zy dezelve met vrugt gebruiken kunnen gelyk de bezoard, die op dezelfde wyze in de maag van zekere Indiaanfche geiten geformeerd wordt. Voyage cTItalie, &c. par Jacob Spo.\ £? George Wheler, Lyon 1718. torn. II. pag. 377.— By Munich in een dorp, Lagrem genaamd , dat aan den voet van het gebergte ligt, liet onze geleider ons zekere ballen of bruine klompen zien van de dikte van een hoenderey of wat minder; deze ballen zyn eene foort van tederen en onvolmaakten bezoard, die in dit land gemeenlyk in de maag der rhebokken gevonden worden , hy verzekerde ons , dat zy groote kragt hadden , en dat hy dezelve dikwils aan vreemdelingen verkogt; hy fchattede hen op tien écus het ftuk. Voyages des Mifltonaires', torn. I, pag. 129.

rV) In Congo en Angola, vindt men in den buik der wilde bokken, als zy oud beginnen te worden, zekere fteenen, die naar den bezoard gelyken, die der mannetjes gaan voorde befte, en worden door de Negers opgegeeven als een beproefd middel in verfcheiden ziekten byzonderlyk tegen vergift. Rift. géllér. des Voyages par Mr.TAbbé prevost, torn. F. pag. %%.

(f) Accepimus a perüis venatoribus reperiri lapides bezoard in ovit/us illis peruinis cornuum expertibus, quasKicamas vacant; enim alia cernuta Taruca; vocata, &alia, quas dicuntGim-

nacas) prceterea in Teuthlalmacame, qua; caprarum mediocrium paulove majori conjlant magniiudi-

ne Deinde in quodam damarum genen, quas Macatlchichiltic aut Teniamacame appellant...

Nee non in ibicibus, quorum bic redundat copia; ut Hijpanos & apud banc regionem frequentes eer ■ vos tacsam in quibus quoque eft lapidem, de quo prefens eft injlitutus fermo reperire: Capreas etiam cornuum expertes, quas audio pajfim reperiri apud Peruinos, ff ut fummatim dicam , vix eft eer. •uorum cnpreanmque genus ullum, in cujus ventriculo alidve internet parte , fud fponte, ex ipfis alimonice excrementis, lapis bis qui etiam in tauris vaccifque filet offendi, non paulatim concrefcat £f generetur, multis fenfim additis £f cobcerejeentibus membranulis quales funt ceeparu-n. Lied non nifi vetuftiffimis £f fenio pene confeSlis lapides bi repcriuntur; neque ubique fid certis ftatisque locis.... Variis bos lapides reperies formis £f colerihus; alios nempe candefcentest, fufcos alios , alios luteos, quofdam cinereos nigrofque £f vitri aut obfidiani lapidis modo micantes. Hos ovi, illos rotunda figura & alios triangula, &c. Nard. Ant. Recchi apud Hernand, pag. 325 £? 326 — Waffer vondt in de maag van een wilde geit, die de Spanjaards Cornera de Terra genaamd hebben, dertien bezoard fteenen van verfchillende figuuren, waarvan zommigen naar koraal geleeken, fchoon zy geheel groen waren toen hy hen ontdekte; vervolgens kree. een zy eene afchgrauwe kleur. Hifi. generale des Voyages par M. VAbbè Prevost, torn. 'jill. pag. 368. Nata. Deze Cornera de terra is niet een geit of gazelle, het is de Lama van Peru.

rf) Daar is nog een andere fteen, welken men den kap-flangen-fieen noemt; hy koomt van

een