is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"2

DE NATUURLYKE HISTORIE

fpreeken, ervende, en zelf tot geene foort behoorende, geene volkomene overeenkomft met eenige foort heeft, By voorbeeld; ik houde my verze.kerd, dat de mannetjes-bardeau vruchtloos zyn wyfjes-barueau dekken zoude, en dat uit die koppeling niets ter wereld voortkomen zoude; vooreerft om de algemeene reden, welke ik gegeeven heb ; vervolgens om de byzondere reden van de weinige vruchtbaarheid in de twee foorten, waarvan dit dier voortkomt, en eindelyk om de nog byzonderer reden ontleend uit de oorzaaken, welke de ezelin dikwils beletten door haar eigen mannetje bevrucht te worden, en die derhalven zo veel te meer beletten moeten dat dit gevolg by de koppeling met het mannetje van eene andere foort plaats hebbe: ik geloof derhalven niet dat die kleine muilezels, van het paard en de ezelin voortkomende, onder malkanderen voortteelen kunnen, noch dat zy ooit een geflacht gemaakt hebben, om dat zy my toefchynen alle de on-overëenkomftigheden in zig te hebben, die de vruchtbaarheid beletten, en de onvruchtbaarheid veroorzaaken moeten. Maar ik zal niet even Heilig bepaalen over de onvruchtbaarheid der koppeling van den muilezel met de muilezelin, omdat van de drie oorzaaken der onvruchtbaarheid, welken wy zo aanftonds hebben opgegeeven, de laatfte hier haare volle uitwerking niet heeft, want dewyl de merrie ligter ontvangt dan de ezelin, en de ezel driftiger en heeter is dan het paard, zo is hun betrekkelyk vermogen van vruchtbaarheid grooter, en hun voortbrengzel minder zeldzaam dan dat van het paard met de ezelin; by gevolg zal de muilezel minder onvruchtbaar zyn dan de bardeau; evenwel twyfel ik fterk of de muilezel ooit met de muilezelin hebbe voortgeteeld, en ik vermoede, zelfs uit de voorbeelden der muilezelinnen, die geworpen hebben, dat zy haare bevruchting eerder aan den ezel dan aan den muilezel verfchuldigd waren; want men moet den muilezel niet befchouwen als het natuurlyk mannetje van de muilezelin, fchoon beiden denzelfden naam voeren, of liever, niet dan van het manlyke tot het vrouwelyke verfchillen.

Om my te beter te doen begrypen, zo laat ons voor een oogenblik eene orde van bloedverwantfchap in de foorten vaftftellen, gelyk wy eene in de bloedverwantfchap der familien aanneemen. Het paard en de merrie zullen broeder en zuster van de foort zyn, en ouders in den eerften graad. Het is eveneens met den ezel en de ezelin; maar zo men den ezel aan de merrie geeft, zal dit ten hoogften als zyn neefin de foort zyn, en deze verwantfchap is derhalven reeds van den tweeden graad; de muilezel, die daarvan zal voortkomen, half in de foort van den vader en in die van de moeder deelende, zal niet dan in den derden graad van foort-ver wan tfchap met malkanderen zyn, en gevolglyk zullen de muilezel en de muilezelin, fchoon van denzelfden vader en dezelfde moeder gefprooten, in plaats van foort. broeder en zuster te zyn, geene bloedverwanten zyn dan in den vierden graad, en zy zullen dus btzvvaarlyker onder malkanderen voortbrengen dan de ezel en de merrie, die bloedverwanten zyn in den tweeden graad; en om'dezelfde reden zullen de muilezel en de muilezelin minder gemaklyk zamen voortteelen dan zy met de merrie of den ezel kunnen doen, omdat

het