Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRYVING VAN HET KABINET.

243

konde ter naauwernood fpreeken; men verzekert egter, dat liy in de'vyf laatfte dagen van zyn leven, zuiverder denkbeelden had, dan in zyne befte gezondheid; hy had eenen zeer harden dood, en ftierf den 9 juny 1764, byna drie-en-twintig jaaren oud, en was drie-en-dertig duimen lang.

Zyne Poolfche Majefteit altoos den voortgang der Weetenfchappen in het oog houdende, beval dat het lichaam van den dvverg geopend, en zyn geraamte bewaard zoude worden... By het, openen van het hoofd vond men dat het eene der wandbeenderen wat dikker was dan het andere, en de tuftchenruimte uitgebreid; daar was water in de borft, de longen waren op fommige plaatfen aan het ribbevlies vaftgehegt; de ribben, aan de eene zyde meer uitgezet, maakten grooter bogen aan de eene dan aan de andere zyde, alwaar zy korter waren, alles volgens de onregelmaatige kromming der borft; verder waren alle de ingewanden gezond. De Hr. Ronnow , eerfte Geneesheer van den Koning van Poolen, liet de beenderen van hun vleefch ontblooten, en leide dezelve in loopend water, om het overig vleefch af te weeken; vervolgens zond hy dezelve, op bevel van zyne Poolfche Majefteit, aan den Graaf de St. Florentin, die ze in het kabinet liet brengen. Ik heb het geraamte laaten in elkander zetten ; daar zyn maar elf ribben aan yder zyde; de Hr. Ronnow liet my weeten, dat 'er twee ontbraken. Schoon men voor de ontleeding de ribben niet geteld heeft, komt hot my voor, dat men de entbreckende op hunne plaatfen zoude gevonden hebben, en dat zy in het vervolg verlooren zyn, want het getal der wervelbeen déren van den rug is volkomen, cn men ziet op het twaalfde de indrukzelen der geledingen, van de laatfte valfche ribben, dié aan hét geraamte ontbreeken; daar ontbraken in het geraamte eenige beenderen der hand en der vingeren, doch voor die heb ik anderen in de plaats laaten zetten.

De hoogte van het geraamte is drie*en-dertig duimen, gelyk die van den levenden dwerg; het gewrigt en de hand zyn drie duimen lang, gemeeten van het onderfte van het ftraalbeen tot het uiteffté van den middelften vinger; de voet heeft maar vier duimen.lengte, van het hielbeen tot het uiterlte van den tweeden teen; op verfcheiden deelen van het geraamte zyn tekenen van mismaaktheid en ziekte; de ruggegraat maakt twee buigingen, de eene aan het bovendeel der borft, en de andere, die langer is loopt van het midden der borft tot op het bekken; de eerfte is naar de regterzyde hol, en naar de linkerzyde verheven; de tweede is juift het tegendeel , het geen aan de ruggegraat de gedaante van eene romeinfche S geeft. Deze mismaaktheid had invloed op de kromming en loop der ribben en had bygevolg de natuurlyke gedaante en ruimte van de borft veranderd; maar ik kan geen juift denkbeeld hebben van die verandering, wyl ik de kraakbeenige gedeeltens der ribben niet gezien heb, want men had alleenlyk de beenagtige deelen der ribben, van het borftbeen afgefcheiden, aan het kabinet gezonden: daar bleef geen een kraakbeen overig, en alle'de beenderen waren van elkander gefcheiden; men had hen in het bereiden te lang laaten weeken, dit had hen'van de bindzelen en kraakbeenderen afgefchei-

H h 2

Sluiten