Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244 DE NATUURLYKE HISTORIE

den, en deze weeking, het merg hebbende doen ïmeJten, had de beende, ren der handen en voeten met eene witte korft omkleed, die aan eene zeepagtige ftoffe geleek. Byna op het midden der buitenfte oppervlakte der wandbeenderen ziet men verheven rimpels; daar is geen eene tand"

en de randen der tandholten zyn ten deele vernield, vooral in het onder' kaakbeen; men ziet flegts den grond van eene tandholte, in welke de hzt'

ite tand geweeft is. dL

Lengte van het hoofd, van het vooreinde der kaakbeenderen tot aan het''1"™"' 'ync"

agterhoofd. ...

De grootfte breedte van het hoofd. . s' 2*

Lengte van het onderkaakbeen, van deszelfs voorfte punt tot aan den 4' *'

agterften rand van het kraakbeens uitfteekzel.

Dikte yan het voorfte gedeelte van het opperkaakbeen. ' 2* f*

Afftand der oogholtens van de opening der neusgaten „ 4'

Lengte van deze opening. . i'

Breedte. ... * I. i.

Lergte der neusbeenderen. , o. 6%

Breedte derzelven aan de breedfte plaats. " . l' : °'

Breedte der oogholtens. . • O. 4.

Hoogte derzelven. . .." * 1. af.

Hoogte van het doornagtig uitfteekzel van het tJeede wervelbeen. o %'

Breedte van hetzelve. ... *•

Lengte der agtfte ribbe, die de langfte is. . % 2'

Lengte van het borftbeen. . . • 0» ia

Lengte van het lichaam der laatfte wervelbeenderen der lendenen die4' 6'

de langfte zyn. .... «wjsu , ujc

Breedte van het bovenfte gedeelte der heup. * * o. pi.

Bd?bovVe3nfyde ' ^ der kraakbe*ens holligheid tot aan 3' 6"

Lengte der eironde gaten. . 3- 3.

Breedte derzelven. . , * i. 2.

Breedte van het bekken. . . * • o. 1 r.

Hoogte van hetzelve. ... • . 3* o.

Lengte van het fchouderblad. * * • 2. 2.

Breedte van hetzelve in het midden. ." 3' *•

Lengte van het fchouderbeen. . • 1. 10. Lengte van het elleboogsbeen. . *

Lengte van het ftraalbeen. . . • 4» 10.

Lengte van het dyebeen. . . m' ' 4« 7.

Lengte van het lcheenbeen. . . * *>. n.

Lengte van de kleine pyp van het fcheenbeên. " 1' *;

Hoogte van de voet. . °* 4ï.

Lengte van het hielbeen. . " °- ©.

Hoogte van het eerfte wïggebeen en fchuitbeen zamengenomen ' o ,1' Lengte van hsc eerfte beentje der agterhand , dat het kortfte is o

Lengte van het derde beentje der agterhand, dat het langfte is ' ' ?' „f2'

Lengte van het eerfte beentje van den voet, dat het kortfte is, ' ]' , Lengte van het tweede, dat het langfte is. . ■ "

Lengte van het eerfte been van den duim. * 2*

Lengte van het tweede lid. * °* öLergte van hec eerfte lid van den groocen teen.

o. 4f.

Sluiten