is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den aurochs ên den bison.

Zo is ook het ras der bifons in Amerika eene ftandvaftige verfcheidenheid. Wy geeven hier de afbeelding (PI. XII) van een kop, die ons 1 medegedeeld door een Geleerden van de Univerfkeit van Edenburg den Hr. Magwan, onder den naam van gemuskeerde runderkop: en het is in derdaad het zelfde dier, dat befchreeven is geweeft door Vader Chahtf voix, Tom. III. pag. 132,. en dat wy hebben aangehaald blz tn7 van het Xlde peel Men ziet uit de grootte en de plaatfingder hoornen van dit gemuskeerd runddier, of dezen bifon, dat hy verfchilt van d-n hifnn waarvan wy de afbeelding hebben gegeeven in het Xlde Deel bh ïn!' waarvan de hoornen zeer verfchillende zyn. ' '

Deze is gevonden op de breedte van 7o graaden, by Baffins baay: zyne wol is veel langer en gevulder dan die der bifons, die zig in gemlatigder ftreeken onthouden; hy is zo groot als een Eüropifche os van middïlblare grootte Het hair, of liever de wol, onder den hals en den buik Kc rendier ' Hy V°edt Z'S met witte mos o£ lichen, gelyk het

De twee hoornen van dezen bifon vereenigen zig aan hunne bafis of liever, zy hebben een gemeenen oorfprong op den kruin des hoofds 'die twee voet en vier en een ha^f duim lang is, gemeeten van het e inde der neus tot aan dat punt, alwaar de twee hoornln zig vereenigen. De tusfchenruimte tufichen hunne einden is van twee voet en zesdehalf duim De kop is zo breed dat de afftand van het eene oog tot het andere is van een voet en vier duim franfche maat. Wy wyzen voor het o vSfg%de!iS van de befchryving dezes diers naar die, welke door den Vader Charle? vont gegeeven is. De Hr. Magwan heeft ons verzekert, dat deze^befchryving van Charlevoix volmaakt wél op dat dier pafte ■

Ik heb gezegd in 't Xfdc Deel, blz. 106, dat ik, nagevraagd hebbende of er nog bifons in Schotland beftonden , ten antwoord liae\ gekken dat men er geene getuigenis van hadt De Hr. Fokster fchryft £ 'over dit onderwerp, dat myne onderrichting „iet volkomen V geweeft Het ras der witte bifons, beflaat no? volp-en* 7„n, 11 ■ • „ëewe^t. alwaar de groote Heeren en bjzSeVCT SHCh£!and> van Queenbury, en onder de Engelfche Pairs, dig2.«'^n A^me ^ van wilde bifons in hunne dierengaarden van Charelheraiilr ™,,;„ \ ' ,r ras in Schotland, en van Chillingha.rf in het Graaffcha?v 1fhortZmteS^* geland, bewaard hebben; d e dieren toonen ftppds Lnni-, ~ rumDer and m Enwoeftheid en onhandelbaar» inborft; oplT nïnffe' ge „Teïeu zy WucT en loopen met eene verwonderlyke fnelheid, en wanneer metbeenenVhh™ b>' ,s men verphgt hem dood te febieten; maa1 deze jagt g aSaltvd S ^» gevaar, want zo men het dier flegts kwètft, wel verrefdfthP? ïlu Ya I z^nder zoude neemen, loopt het op den jager töè enlofdSLivL 1 Ë dan d? vlucht doorbooren, zo hy>en mfddel volh'óm'hè?te^^ÏÏ^S."^ boom te klimmen 't zy door dg jn eenig huis te bergen Y °P ËU1

Schoon de/e bifons de eenzaamheid beminnen m^rPn ~„ 1 .

gen, wanneer de febaarsheid van voedzel e de honLPr ï e^DWel-de wooninlaaken het hooi te tomen haaien T welfc ïn n nng„ r'^0 des,B1DIers DOO<Jvoor hun fpreidt. Deze »ng^ g|S^fefef^|