is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TYDVAKKEN DER NATUUR.

83

ken of beddingen zyn alleenlyk de afgevoerde en opgelegde ftoffen die mets bewyzen, en die, gelyk ik gezegd heb, de Natuur voor min door! zichtigen vermommen, en ons in de waare befchouwing van de aarde mis leiden. In de bovenfle valeijen vindt men geene andere afvoerzelen dan zulken die lang na het wyken der zee, door het uitwerkzel der regenwateren zyn afgefpoeld, en die affpoelzels hebben de kleine beddingin aarde, die werkelyk den grond en de heuvel dier kleine valei maaken geformeerd : dit zelfde uitwerkzel heeft ook plaats gehad in de groote valeijen, maar met dit verfchil, dat de kleine valeitjes, de aardens, de grint, zanden, en de andere affpoelzels door de regenwateren en door de bleken afgevoerd, zig onmiddelyk hebben nedergelegd op een grond, die bloot en als afgeveegd was door de ftroomen der zee, terwyl in de groote val leijen die zelfde ftoffen door de regenwateren afgevoerd, zig hebben moeten nederleggen op veel dikker laagen van de ftoffen die te vooren door die zelfde ftroomen reeds afgevoerd en nedergelegd waren Het is ter dezer oorzaake dat in alle de vlakten en groote valeijen onze waarneemers meenen de Natuur in wanorde te vinden, omdat zy de kalkaartige ftoffen vermengd zien met de glasaartigen; maar is dit niet een gebouw uit de puin, ot de afgehakte brokken der materiaalen beoordeelen?

Dus, zonder ons met die kleine en valfche befchouwingen ontehouden, zullen wy ons voorwerp achtervolgen in het voorbeeld datwv'er van gegeeven hebben. ' y

De drie groote ftroomen, die zig beneden de kruinen van den Langre fchen berg geformeerd hebben, worden ons tegenwoordig vertoond door de valeijen van de Maas, de Marne en de Vingeanne (f): zo wv dezegronden wat nader onderzoeken , zullen wy bemerken dat de oorfprongen van de Maas gedeeltelyk voortkomen uit de moerasgronden van Rn iigny en andere kleine en zeer fteile valeijen; dat de Mance en de Vin" geanne die zig beiden in de Saone werpen, ook uit zeer fmalle valeiien aan de andere zyde van de kruin voortkomen ; dat de valei van de Marne onder Langres, omtrent honderd toifes diepte heeft; dat in alle deze eerfte kleine valeijen de heuvels digt by malkanderen en fteil zyn; dat in«e beneden valeijen, naarmaate de ftroomende wateren zig verder van de alge meene kruin verwyderd hebben, dezelven zig in meerdere breedte uitte

• ,C' ^n-,by sevoI§ de vaIeiJ'en verbreed hebben; waarvan de kuften óók minder fteil zyn , omdat de beweeging daar minder fnel en vreiier was dan in de fmalle valeitjes naby de kruin.

Nog moet men aanmerken dat de richting der ftroomen hunnen loop heeft doen verfchillen , en dat de fchuinte der heuvelen om die zelfde oorzaak verfchild heeft. De ftroomen, welker helling naar het Zuiden was, en die ons vertoond worden door de valeitjes van de Tille de Ve nelle de Vingeanne, de Saulon, en de Mance, hebben fterker'gewerkt tegen de heuveltjes naar de kruin van Langres gekeerd, en op het Noor-

CO Z\q de bygevoegde Kaart.

L 2