is toegevoegd aan je favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

186* DE NATUURLYKE HISTORIE

„ na den zondvloed; zo het vaft doorgaat, dat het jaar, waarvan de oude Pa„ triarchen gebruik maakten, van de grootte was als-die, welke de groote Pa„ riode van 600 jaar uitmaaken, en waarvan gewag gemaakt is door Josephus in „ zyne Joodfche-Oudheden: wy vinden in-de gedenkftukken, die ons van alle „ andere volken zyn overgebleeven, geen voetfpoor van dit tydperk van zes ,, honderd jaar, dat één der fraaiflen is, dat tot nog toe is uitgevonden.

De Hr. Cassini beroept zig, gelyk men ziet, op Josephus, en Josephus hadt tot waarborgen de Egyptifche, Babylonifche, Phenicifche en Griekfche Hiftoriefchryvers, Manetho, Berosus, Mochus, Hestiëus , Jeronimus den Egyptenaar, Hesiodus, Hecateus , enz., waarvan de fchriften ten zynen tyde "konden beflaan, en waarfchynlyk beftaan hebben.

Dit nu vaflgefleld zynde, en in weêrwil van alles wat men tegen het getuigenis dier Schryveren mag inbrengen, zegt de Hr. Mairan met reden, dat de onbevoegdheid der rechteren en getuigen hier geen plaats kan hebben: het fatlum brengt zyn eigen bewys mede; het is genoeg dat zulk een tydperk genoemd is; het is genoeg dat het beftaan heeft, om met recht te kunnen belluiten ,. dat 'er dan ook eeuwen van waarneeming hebben moeten beflaan, en dat 'ef zelfs veele zodanige eeuwen zyn voorafgegaan; dat de vergeetenheid. waarvan dit tydperk gevolgd is, insgelyks zeer oud is, want men moet als tyd van vergeetenheid befchouwen, al dien tyd, waarin men onkundig is geweeft aangaande de juiflheid van deze periode, en waarin men zig niet verwaardigd heeft de beginzels daarvan na te fpooren, en zig daarvan te bedienen, om de beweegingen der hemelfche lichaamen beter te regelen; ja waarin men daarentegen minder naauwkeurige rekeningen gevolgd is: derhalven zo Hipparchus, Meton, Pythagoras, Thales, en alle de oude Scarrekundigen van Griekenland onkundig zyn geweeft aangaande het tydperk van zes honderd jaaren, heeft men grond van te zeggen, dat hetzelve vergeeten was, niet flechts by de Grieken, maar ook in Egypte, Phenicie en Chaldea, alwaar alle de Grieken hunne voornaamfte kennis van de Starrekunde hadden gaan haaien..

(35) Bladzyde 125, regel 26. De Chineezen , de Braminen, even weinig als de Chaldeen, de Egyptenaars en de Grieken, hebben niets ontvangen van het eerfte volk,, dat de Starrekunde zo ver hadt voortgezet; en de beginzels der nieuwe Starrekunde, zyn te danken aan de hardnekkige aanhoudenheid der Chaldeeuwfche Waarneemeren, en vervolgens aan den arbeid der Grieken. De Griekfche Starrekundigen en Pbilofophen, hadden uit Egypte en de Indien het grootfte gedeelte hunner kundigheden gehaald ; de Grieken waren derhalven nieuwlingen in de Starrekunde in vergelyking van de Indiaanen, de Chineezen en de Atlanten, bewooners van Weftelyk Afrika, van Uranus, enAxLAs by die laatfte volken, Fo-hi in China, Mer~cuuius in Egypte, Zoroaster in Perfie, enz.

De Atlanten, onder welken Atlas het gebied voerde, fchynen het oudfte volk van Afrika te zyn, en veel ouder dan de Egyptenaars: de Theogonie, of godenafkomft,, der Atlanten, door Diodorus van Sicilië gemeld, is waarfchynlyk in Egypte, in Ethiopië en in Phenicie, ingevoerd in den tyd van dien grooten inval,, waarvan iffl de Timeus van Plato gefproken wordt, van een ontelbaar volk, dat uit het eiland Atlantis uittrok en zig op een groot gedeelte van Europa, van Afia. en van Afrika wierp.

In het Weften van Afia, in Europa en in Afrika, is alles gegrond op dekennis der Atlanten, terwyl de Oofterfche volken, de Chaldeeuwen, de Indiaanen en de Chineefen, niet dan laater onderweezen zyn, en altyd volken hebben uitgemaakt, die geene betrekking hadden met de Atlanten, welker inval ouder is dan de eerfte dagtekening van een dier laatfte volken.

Atlas, zoon van Uranus, en broeder van Saturnus, leefde volgens MANE* tjïo en Dicearchus omtreut 3poo'jaaren voor de Chriften tydrekening,