is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aiS DE NAT U U RLYKE HISTORIE

j, heb ik, zegt de Vader Chabenat , allerwegen gefigureerde fteenen gevenden, en op fommige plaatfen in zo groote hoeveelheid, en op zulk eene „ wyze gefchikt, dat men zig niet kan wederhouden van te gclooven, dat „ deze deelen der aarde voormaals het bed der zee zyn geweeft. Ik heb „ fchelpen van allerhande foort gezien, en die volmaakt gelyk zyn aan de „ beantwoordende levende foorten: ik heb 'er gezien van het zelfde maak„ zei, en dezelfde grootte; deze waarneeming is my voorgekomen genoeg„ zaam te zyn om my te overreeden, dat alle deze individus van verfchillenden „ "ouderdom waren, maar dat zy tot dezelfde foort behoorden. Ik heb am„ mons - hoornen gezien van een halfduim tot drie voeten middellyns. Ik heb „ mantels van allerhande grootte gezien; andere tweefchelpige en eenfchel„ pige eveneens; ik heb daarenboven belemniten, zee-champignons, enz. „ gezien.

„ Het maakzel en de hoeveelheid van alle die gefigureerde fteenen, bewyst „ ons bykans ontegenfpreekelyk, dat zy voormaals dieren waren, die in de „ zee leefden : de fchelp inzonderheid , waarmede zy bedekt zyn , fchynt „ geen twyfel deswegen over te laaten, omdat dezelve zig in fommigen dier „ fteenen zo natuurlyk, zo glinfterende, en verfch vertoont als in het_leven, „ en zo zy van het pit of de kern wierdt afgefcheiden, zoude men niet zeg„ gen, dat hy verfteend was. Het is niet eveneens met verfcheiden gefigu„ reerde fteenen, welken men vindt in die groote en fchoone vlakte, die zig „ van Montauban tot Touloufe, van Touloufe tot Alby, en in de aangren„ zende plaatfen uitftrekt; die geheele groote vlakte is bedekt met poprtaarde, „ van de dikte van een half voet tot twee voeten; vervolgens vindt men „ eene bedding van grof grintzand , ter diepte van omtrent twee voeten: „ onder die bedding van grof grintzand, is eene bedding van fyn zand teiï,

naaften by van dezelfde diepte, en onder het fyn zand vindt men de rots. „ Ik heb hec grof grintzand naauwkeurig onderzocht, ik onderzoek het dage„ lyks; ik vind daarin eene oneindige menigte gefigureerde fteenen van aller„ hande gedaanten en grootten; ik heb daarin wel veel holothurins, doch „ ook andere fteenen van eene regelmaatige gedaante, en volmaakt gely„ kende gevonden: dit alles fcheen my zeer verftaanbaar te zeggen, dat dit ,, geheele land oudtyds het bed der zee geweeft was, die door eenige fchie„ lyke omwenteling daarvan afgeweeken is, en deze voortbrengzels, gelyk als ,, op veele andere plaatfen, agtergelaaten heeft: ik fchortte echter myn oor» „ deel op, uit hoofde der tegenwerpingen van den Hr. de Voltaire : om „ daarop te antwoorden voegde ik de ondervinding by de waarneeming."

De Vader Chabenat meldt vervolgens verfcheiden proefneemingen om te bewyzen, dat de fchelpen, die in den boezem der aarde gevonden worden, van dezelfde natuur zyn als die der zee: ik breng die proeven hier niet by, omdat zy niets nieuws leeren, en omdat niemand twyfelt aan die gelykheid van natuur tuffchen de gegraavene fchelpen en de zee-fchelpen; eindelyk befluit de vader Chabenat, en eindigt zyne Verhandeling met deze woorden. ,, Men „ kan dan niet twyfelen, of alle die fchelpen, die in den boezem der aarde

gevonden worden , waare fchelpen zyn , en overblyfzels van dieren .der