is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s44 VERWORPENE,

VERWORPEN.

Zal zo iemand, die 't liefst verkeert in de tenten der Godtloozen, die met die voortloopt tot dezelfde uitgietinge van allerlei ongeregeldheeden, die met die aanfpant, in welker oogen de Oprechte een v er éigte fakkel js, om de geenen, die den HEERE vreezen, te befchimpen , te onderdrukken, en hun het leeven bang en bitter te maaken: Zal zulk een wel kunnen bevoegd geagt worden om te woonen in de Tente des PIEEREN, en te klimmen op den berg zyner heiligheid? Immers neen! Zulk een toont, dat hyniet de minfte agtinge heeft voor Godt, voor zynen dienst, en voor de eere zynes naams. Hoe zoude Godt zulk eenen de voordeden van zyn Huisgenootfchap kunnen doen genieten'? Immers Hy heeft geenen lust aan Godtloosheid; de boozen zullen niet met Hem verkeeren; Ply haat alle werkers der ongerechtigheid , Pf. V: 5, 6. Om dat Hy een heilig Godt is, wil Hy geheiligd worden in allen,jlie tot Hem naderen. Maar wat zal men moeten denken van zo iemand, die met verontwaerdiginge is aangedaan omtrent de Godtloozen , die met ydele lieden niet wil te doen hebben, die de vergaderinge der boosdoenderen haat, om dat zy Godt baaten, die verdriet aan hun heeft, omdat zy tegen Godt opftaan XXVI: 4, 5. Maar die, in tegendeel agt en eert de geenen, die Godt vreezen,'die zich ver bly dt in de geenen, die tot hem zeggen, wy zullen ten Huize des HEEREN ingaan, Pf. CXXIha; die zich met geheel zyn hart en ziele met de zulken veréénigt, om met die ondenueezen te worden van de wegen des HEEREN, en te wandelen in zyne paden : Wat zal men van zo eenen moeten denken ? Wat anders , dan dat hy vol is van heiligen yver tegen alles, wat Godt ontëert? Het laatde maakt, dat hy de kwaaden niet kan vedraagen, Openb. II: 2; dat de Verworpene veragt is in zyne oogen: En het eerfte maakt, dat, gelyk hy Godt lief heeft, hy ook Godts Hinderen lief heeft,die uil Hem gebooren zyn, t Joh. V: 1, en daarom eert de geenen, die Plem vreezen. Daar nu Godt gewoon is te eeren die Hem eeren, en lief te hebben die Hem lief hebben, zo zal Hy ook zulken niet alleen het klimmen 'of zynen heiligen berg en het woonen in zyne Tente gaerne vergunnen, maar hen ook het zalige daar van doen ondervinden , ,door hen te verzadigen mes hei goede van zyn Huis, en bet heilige van zyn Palleis.

VERWORPEN ? (Hebt gy dan Juda ganlfehelyk) Heeft uwe Ziele eene walginge aan Zïóri? Waarom hebt Gy ons geftaagen, dat 'er geene geneezinge voor ons is? Men wacht na vreede, maar daar is niets goeds, en na tyd van geneezinge, maar, ziet, daar is verfchrikkinge, Jerem. XIV: 19. Men leeze dit Hoofdftuk van den beginne af tot hier toe, en men zal bevinden ,~dat het is gelyk de Rolle van Ezeehiël, van vooren en van agteren befhreeven met klaagliederen , zugtingen tn weën, Cap. II: 9, 10. Het Volk werd gedrukt door eene alles verdorrende Droogte , vs. 1—6. en a2 , waar uit gebooren werd fchaarsheid, ia ! hongersnood voor vee en menfehen. Dit deed den Propheet zeggen, vs. 18. Zo ik in de Stad koome, ziet daar de kranken van den honger. Van buiten woedde en verwoestte de Vyand. Dit deed hem in 't zelfde vs. zeggen : Zo ik uitgaa in het Veld, ziet daar de verftaagenen van den zwaerde. De Heer Vcneiaa Comm. in Jerem. P. I. p. 378, 379. heeft het met veele reedenen waarfchynlyk gemaakt, dat de hier bedoelde tyd te zoeken zy onder deregeeringe van Koning Jojakim 't Is waar, van de groote droogte, en daar uit gebooren hongersnood ten dien tyde vindt men geene aanteekeninge ; maar van 's Vyands inval en ftrooperyen zoveel te duidelyker, a Kon. XXIV: 2. 'c Was dan Magor-Misfabib, fchrik van rontomme, van binnen en van buiten. De Propheet had al eens zyn Gebed opgeheeven voor het Volk: Maar was met een weigerend antwoord, met een verbod, om voor hetzelve te bidden ten goede afgeweezen, en bygevoegde verklaaring, dat, fchoon het Volk met een plegtig Vasten zich voor Godt verneederde, het van geene vrucht zoude zyn , vs. 9—12. Evenwel gaf hy den moed nog niet verloorer>. Gedrongen door liefde tot Land en Volk , en waarfchynlyk zich erinnerende, hoe Abraham keer op keer zyne voorfpraak voor Sodom had vernieuwd, en hoe Jakob Godt had overmogt door weenen en l'meeken, zo onderwindt hy zich andermaal voor het Volk in te treeden. Hy begint met een beklag, vs. 19. Daar op laat hy volgen eene boetvaerdige belydenis van fchuld, vs. 20. En hy befluit met eene beweeglyke fmeekbede, vs. 21, 23. In ons vs. hebben wy het beklag, 't welk niet is ingericht om met Godt te twisten, als of Hy het recht

ver-