is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

248 VERWORPEN.

vs. 12. En, zonder te letten op het zo voornaam vereischte van de Bekeeringe, hadden zy zich op dien grond met di'C Belofte gepaaid , en na tyd van geneezinge gewacht. , (£) Maar te vergeefsch- De 'verwachtinge des Huichelaars jen «fe wensch der Godtloozen zullen vergaan, Job Vlil: 13, Pf. CXI1: iü. Wordt door de uitgeftelde hoope het hart gekrenkt: vVat zal het dan niet zyn, wanneer iemand recht het tegendeel overkomt van 't geene hy hoopt? Dit is zeekerlyk eene verdubbeling van fmerte. Dat had hier plaats. (««) Men had gewacht na Vreede, maar daar wa' niets goeds. Het niet goede is hetzelfde met het kwaade, en dat wordt aan ' den vreede tegen overgefteld, Jef. XLV: 7, en zal dus oorlog en gerugten van oorlog 'moeten -beteekenen. In plaats van Vreede, waarop de valfche Propheeten hen hadden doen hoopen, weêrgalmde geheel het Land 'van het bolderen der raderen , het ftampen der paerden , en het geklikklak der vlam 'mende zwaerden, en blikfemende fpiesfen. In plaatfe van op de bergen te ontdekken de terugkomst der uitgezonden Gezanten, die, gelyk men -hoopte , het goede boodfehappen 'en den Vreede verkondigen zouden, was het gerugte op gerugte, breuke op breukc. Eene 'femme verkondigde van Dan af, cn deed elendehodren van het gebergte Ephraims; het gantfche Land beefde van het geluid der bries'ichingen van Is Vyands fterken, die zich wyd en zyd uitbreidden, om het land op te eeten, en de volheid van dien, )erem. IV: 15, 20. ■Vlll: 26. &c. O3,*) Men bad gewacht na tyd van geneezinge: Maar ziet, daar was verfchrikkinge. Men had by het naderen van den reegentyd gehoopt op veranderinge van het weêr: Maar ziet! De oogst was voorby 'gegaan, de zomer was ten einde,en nog was het niet anders, dan of de Heemel was geworden tot koper; en de Aarde totyzer.Men had gehoopt, dat Godt zich door hun vas,ten z''ude hebben laaten verbidden: Maar 'ziet daar verfchrikkinge ! Godts antwoord was zo verfehriklyk geweest, dat een ieder, die rhet hoorde, beide zyne ooren 'er van klinken moesten: Door het zwaerd, door den honger, en door de peflilentie zal ik 'ze' verteeren, ■vs. i2\ De Hongersnood werd hoe langer -hoe zWaare.r. In de Stad op de draaten, en • in de tónnenkameren zag men 'er, Grys•aarts., Mannen , Vrouwen , Zuigelingen , .welker huid reeds was zwart geworden van

VERWORPEN.

voegenden geweldigenftorm des hongers,mzgteloos neêrgezeegen op de geheel uitgedorde Lyken van reeds bezweekene bloedverwanten, of nabuuren. Welk een fchrikbaarend fchriktooneel! Wie zou niet yzen? Wiens hart zou niet breeken op het gezigt 'ervan? Immers men moet bekennen, dat de verftagenen van den zwaerde gelukkiger, zyn, dan de verftagenen van den honger., die, eer het tot derven komt, reeos, als 't ware, duizend dooden gedorven zyn. Wel te rechte mogt hier van daD met zo eenen byzonderen ophef aezeg i worden : Ziet ! ziet daar ü verfchrikkinge. (33) Zo groot was de te leurdellinge geweest van 's Volks hoope en verwachtinge. Men mogt 'er wel op toepasten 't geen 'er daat, Jef. LIX: 9. Wy wachten na licht ; maar ziet. daar is dui ternis e; Üp eenen grooten glans; maar wy wandelen in donkerheeden. Zo eenï geheele te leurdellinge g if den Propheet gronds genoeg, om zyn beklag voor Godt uit te dorten : Hebt gy dan Juda gantfehelyk verworpen — ? Om Godt daar op, als 't ware, te doen letten, cn, ware het mooglyk, tot medelyden te beweegen, dat bly zich toch eindelyk wilde wenden van de hittigheid zynes toorns. Maar zoude Godt daartoe ooit te beweegen zyn, dan moest men niet maar klaagen over zyne elenden, maar vooral over zyne zonden, die de oorzaak 'er van waren, Klaagl. III: 39. Zichzelven te willen rechtvaerdigen , zyne zonden te willen bedekken, is Godt in het ongelyk dellen , en dient daarom tot verzwaaringe des oordeels: Maar die zyne overtreedinge bekent en laat, zal barmhartigheid verkrygen, Spr. XXVIII: 13. Dit. konde Jeremia niet onbekend zyn, eu daarom fpreekende uit naame van het Volk , laat hy op zyn beklag aandonds deeze belydems van fchuld volgen : HEERE, wy kennen onze Godtloosheid, en onzer Vaderen ongerechtigheid: Want wy hebben tegen u gezondigd.

VER WORPEN (Dewyle gy de kennisfe) hebt, hebbe ik u ook verworpen dat gy my het hricsterampt niet zult bedienen : Dewyle gy .de Wet uwes Godts vergeeten hebt, zal ik ook uwe Kinderen vergeeten, Hof. IV: 6\ Aan de Propheeten,de valfche,die het Volk met .leugenbeloften paaiden, en daar door ftyfden in zyne boosheid; en aan het Volk, 't welk zich, by gebrek van genoegzaame kennisfe tot onderfcheidinge v,an het goede en

kwaa»