Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>( 36 X

Art.

673 En zoo omisften en inactiviteiten aan den eenen kant, waar by aan de andere zyde, het bezit en de laps des lyds ge voegt word, geen gerechtelyke grond voor eene praefcriptie uitlevert,

674 Dan meent hy ook, dat het van zelfs fpreekt, dat het met alle pnefcriptien in eens afgedaan is,

675 Daar die enkel in pcenam negligentia zyn ingevoert,

676 En omdat 'er een middel moest zyn, zegt de Groot, overeenftemmig met het geen in de L. 1. D. de ufurpat. & ufucop. en de L. fin. pro fuo geftatueert gevonden word,

677 Om een ieder op het zyne te doen letten, de eigendommen in verzekerbeid

iéfel/en, en alle gefchillen af te fnyden.

678 Dan is het ook niet waar, dat de Geoot leert 2 B. 7 D. in princ.

^79 » Allerlei goed word zonder wille van den vorigen eigenaar door bezit „ bekomen,

683 „ Wanneer hetzelve bezit is onbelet en daar by komt verjaringe;

681 Naardien dit denkbeeld notoir niets anders, als een bezit,en de laps van tyd aan de eene kant, en inactiviteiten aan de andere zyde onderflelt.

682 Maar kan men evenwel nu die leer van de Groot niet ontkennen,

683 Is het verder onlochenbaar,

684 Dat de ptaiCcnpüe enkel in panam negligentia, en om ieder op het zyne te doen letten is ingevoert;

68j En {temmen, volgens de leer van Bort, alle die ooit over het Leenrecht gefchreven hebben, daar in met den anderen overeen,

686 Dat het middel van verjaring ook tot Leengoederen is overgebragt,

687 Om dat daar voor ook in Leengoederen dezelve redenen militeren, als in Onleengoederen,

688 Wel wat zal men dan tog met deze zyne gratis gedane allegatie kunnen uitdoen?

689 Daar in allen gevalle ook het gedogen, dat 'er door de Heeren van Ridderkerk direft verly by den Opper-Leenhaör genomen wierd, geene

bloote omisjïe is,

690 En voorts ook de meergemelde omisjien en ina&iviteiten hier niet alleen gereclameert zyn,

691 Maar ook daar en boven, by dat alles, noch gevoegt word, en de laps des tyds, en het gerust bezit, gedurende dezelve,

692 Na dat daar aan NB. eene beboorlyke investiture van den Opper-Leenheer ten behoeven van dengenen, die volgens de natuur en conditie van de uitgifte zig ook daar toe gerechtigd vond, was vooraf gegaan.

69% En

Sluiten