Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUTYCHIAANEN.

EUTYCHIAANEN. «fS.J

dccdiging van Arius en deszelvs gevoelens, waarvan het affchrift by Theoooretus worde gevonden; zie Ammiaü. Mar'cellinüs Lib. XX. cap. 9.; Sozomenus, Socrates jfi* Theodoretus HiJl.Ecclef. cnBARONii^/inal. ad ann. 3H, 3.i8. fq.

EUTYCHIAANEN, is de naam welken eene aanhang van Ketters pleeg te draagen , die,door den geweldigen afkeer welken zy voorde Nestoriaanfche draaiingen voedden, tot een tegenovergefteld uiterfte vervoerd wierden. Dit was het geval van den verm.aa.r--f den' Eutyches, Abt van zeker Monnikenklooster te Conflantinopole, Grondvester van zekeren Aanhang, rechtdraads tegen dien van Nestorius aangekant, en, des niet.tegenftaande, even nadeelig voor de belangen van de Christelyke Kerk, door de verderflyke twisten en oneenigheden daar .uit ontdaan. Dc begrippen van deezen nieuwen Aanhang verfpreidden zich als een loopend vuur door 't geheele Oosten, en kreegentevens zo veil fterkte, dat dezelve veel moeilykheden veroirzaakten aan de Grieken en Nestoriaanen, wier allerernftigfte en kragtdaadigfte poogingen niet konden beletten , dat de Eutychiaanen tot een vry hoogen trap-van luister en gezag opklommen. Eutyches begon deeze onlusten te verwekken, in den jaare 448, wanneer hy reeds oud van dagen was, en, om zich met allen geweld aan te kanten tegen den voortgang der Nestoriaanfche Stellingen, drukte hy zyne gevoelens, wegens den Perfoon van Christus, uit met dezelvde bewoordingen, waar van de Egyptenaars zich bedienden; en leerde, dat in Christus maar eene Natuur plaats hadt, te weeten, die van het Vleéschgeworden Woord. Men oirdeelde hier uit, dat hy 't beftaan der Menschlyke Nttuure in Christus loochende, en Eusebius van Dorileum bcfchuldigde hem deswegen in de Kerkvergadering, dat zelvde jaar, door Flavianus, te Conflantinopole gevallig famengeroepen. Volgens een befluit dier Kerkvergaderinge, werd hy gelast het bovengemelde .gevoelen te verzaaken : dit weigerde hy halftarrig, en werd daarom, uitgebannen4en afgezet: niet genegen «om in dit vonnis te berusten, beriep hy zich op de uitfpraak van eene Algemeene Kerkvergadering.

Ingevolge Jiier van deedt de Keizer Theodosius, in len jaare 449, eene Algemeene Kerkvergadering te Ephefen (amen komen, en plaatfte als Voorzitter Didscorus, Bisfchop van Alexandrie, den opvolger van Cyrillus , vervuld met .den zelvden hoogmoed en woede als zyne Voorganger, en een geilaagene vyand des Bisfchops van Conflantinopole. Ook werden, door den invloed en de kuiperyen van deezen onrustigen Man, de zaaken op deezë Kerkvergadering behandeld met dat zelvde gebrek aan billykheid en welvoeglykheid , 't geen ter fchandvlekke van de voorgaande Epheflfche Kerkvergadering ftrekte, en zo zigtbaar doorftak in de handelingen van Cyrillus ,. omtrent Nestorius. Want Dioscorus, in wiens.Kerk bykans dezelvde Leer als die der Eutychiaanen verkondigd werd, wist listig en. behendig de zaaken in diervoege te befchikken, dat de Leer van ééne Vleeschgewordene Natuur zegepraalde: weshalve Eutyches vrygefprooken werd van de dwaaling hem ten laste gelegd. Flavianus, daarentegen, moestop bevel van deeze onrechtvaardige Kerkvergadering openlyk eene zwaare geesfeling ondergaan; men bande hem naar Epipas, eene Stad in Lydie, waar hy kort daar na zyne dagen ein¬

digde. Dé Grieken noemden deeze Ephefifche Kerkvergadering , eene Zamenkomst van Struikroovers, cvh$m l»r,piK,:>, ten einde om aan te duiden, dat 'er alles met bedrog en geweid werd voortgezet. En, in de daad, aan veele Kerkvergaderingen van deeze en de volgende eeuwen , mag, met gelyk recht, deezen fchandnaam gegeeven worden. Zie CONCILIËN.

Welhaast veranderde de zaak van gedaante, en liep gansch ten nadeele van de Party, die op de Kerkvergadering te Ephefen zegepraalde. Flavianus en zyne Navolgers haalden.niet alleen Leo den' Grooten, Bisfchop van Rome, in hunne belangen over, (want de Roomfdte Paus was, in deeze eeuwe, de algemeene toevlugt dei- verdrukten,) maar zy toonden ook aan den Keizer, dat eene zaak van zo veel aanbelangs, en van zo wyd een uitzigt, verdiende beflist te worden op eene Kerkvergadering, famengefteld van de geheele Kerk. Leo drong dit verzoek aan, en verzogt Theodosius eene Algemeene Kerkvergadering te beleggen; doch hy kon het van den Keizer niet verwerven. Na den dood van deezen Keizer, willigde Marcianus, deszelvs Opvolger, het verzoek van Leo in, en beriep, in den jaare 451, de Kerkvergadering teChalcedon, welke voor de Vierde Algemeene Kerkvergadering gerekend wordt. De Afgevaardigden van Leo, die, in zynen beroemden Brief aan Flavianus , de Leer van Eutyches reeds veroirdeeld hadt, zaten voor in deeze groote en talryke byéénkomst. Dioscorus werd veroirdeeld, afgezet, en na Pamphlagonie gebannen: men verklaarde de handelingen van de Kerkvergadering te Ephefen van geener waarde, en nam den Brief van Leo aan, als eene regelmaat des Geloofs; Eutyches , dia reeds door den Keizer in ballingfchap was gezonden en van zyne Priesterlyke waardigheid beroofd, werd nu, fchoon afweezig , veroirdeeld; en de volgende Leerftelling, die als nog by de meeste Christenen wordt aangenomen, als een Geloofs-ftuk voorgefteld. „ Dat naamelyk in Christus twee onderfcheidene Natuu„ ren vereenigd waren in één Perfoon, en zulks zonder „ eenige verandering, famenmenging of verwarring".

Het geneesmiddel, door deeze Kerkvergadering aangewend, om de wonden van eene gefcheurde en verdeelde Kerk te heelen, bleek erger dan de kwaal te zyn. Want eene menigte van Oosterfche en Egyptifche Leeraaren, fchoon, in andere opzichten zeer ongelyk van aart en wyd verfchillende van begrippen, vereenigden zich met geweld tegen de befluiten van de CMcedonifche Kerkvergadering en den Brief van Leo , daar als een regelmaat des Geloofs aangenomen, en waren eenftemmig in het ftaande houden zo wel van de Eenheid der Natuure, als van de Eenheid des Perfoons in Jesus Christus. Hier uit ontftonden droevige oneenigheden, en burgerlyke oorlogen, welker woede en barbaarschheid onbefchryflyk hoog liepen. Keizer Marcianus geftorven zynde, rotte het gemeene Volk in Egypten oproerig famen, vermoordde Proterius , den opvolger van Dioscorus , en ftelde in zy-. ne plaatze Timotheus Elurus, eene ieverig Voorftander der Eutychiaanfche Leer van ééne Vleeschgewordene Natuur in Christus. Deeze laatstgemelde, 't is waar, werd door. den Keizer Leo afgezet en gebannen, doch, die Keizer geftorven zynde, door Basilisc'us , in zyne vryheid en Bisfchoplyke waardigheid herfteld. —— Na den den dood van Elurus, verkooG g 2 ren

Sluiten